Nederlands

Uitgebreide vertaling voor onder water gaan (Nederlands) in het Duits

onder water gaan:

onder water gaan werkwoord

  1. onder water gaan (ondergaan; zinken)
    untergehen; sinken; versinken; versenken; einstürzen; einsinken; senken; herunterrutschen; sichsenken; fallen; sickern; umkommen
    • untergehen werkwoord (untergehe, untergehst, untergeht, untergang, untergangt, untergegangen)
    • sinken werkwoord (sinke, sinkst, sinkt, sank, sankt, gesunken)
    • versinken werkwoord (versinke, versinkst, versinkt, versank, versankt, versunken)
    • versenken werkwoord (versenke, versenkst, versenkt, versenkte, versenktet, versenkt)
    • einstürzen werkwoord (stürze ein, stürzest ein, stürzt ein, stürzte ein, stürztet ein, eingestürzt)
    • einsinken werkwoord (sinke ein, sinkst ein, sinkt ein, sinkte ein, sinktet ein, eingesinkt)
    • senken werkwoord (senke, senkst, senkt, senkte, senktet, gesenkt)
    • herunterrutschen werkwoord (rutsche herunter, rutschst herunter, rutscht herunter, rutschte herunter, rutschtet herunter, heruntergerutscht)
    • sichsenken werkwoord
    • fallen werkwoord (falle, fällst, fällt, fiel, fielt, gefallen)
    • sickern werkwoord (sickere, sickerst, sickert, sickerte, sickertet, gesickert)
    • umkommen werkwoord (komme um, kommst um, kommt um, kam um, kamt um, umgekommen)

Vertaal Matrix voor onder water gaan:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
einsinken onder water gaan; ondergaan; zinken afglijden; aftakelen; afzakken; in elkaar zakken; induiken; ineenduiken; ineenstorten; instorten; invallen; inzakken; inzinken; kelderen; sterk afnemen; teruglopen; uitbuiken; uitzakken; vallen; vervallen; verzakken; wegglijden; wegzinken; zakken
einstürzen onder water gaan; ondergaan; zinken afglijden; aftakelen; afzakken; doorbuigen; doorzakken; imploderen; in elkaar zakken; ineenstorten; instorten; invallen; inzakken; inzinken; kelderen; sterk afnemen; teruglopen; vallen; vervallen; verzakken; wegglijden; wegzinken; zakken
fallen onder water gaan; ondergaan; zinken achteruitgaan; afdekken; afglijden; afnemen; afruimen; aftakelen; afzakken; buitelen; declineren; donderen; duikelen; inzinken; kelderen; minder worden; onderuitgaan; onweren; op zijn bek gaan; opruimen; slippen; ten val komen; uitglibberen; uitglijden; uitschieten; uitschuiven; vallen; vervallen; wegglijden; wegschieten; wegzinken; zakken
herunterrutschen onder water gaan; ondergaan; zinken afdalen; eraf glijden; kelderen; naar beneden glijden; naarbeneden glijden; neerglijden; omlaagglijden; zakken
senken onder water gaan; ondergaan; zinken afprijzen; doordrenken; impregneren; kelderen; lager maken; reduceren; verlagen; verminderen; zakken
sichsenken onder water gaan; ondergaan; zinken uitbuiken; uitzakken
sickern onder water gaan; ondergaan; zinken afdruipen; doorlekken; droppen; druipen; druppelen; druppels laten vallen; druppen; in straaltjes afdruipen; kelderen; sijpelen; uitdruppelen; wegdruppelen; wegsijpelen; zakken
sinken onder water gaan; ondergaan; zinken achteruitgaan; afdekken; afnemen; afruimen; bezinken; declineren; doorleven; doorstaan; kelderen; lager worden; minder worden; neergaan; opruimen; ten onder gaan; verdragen; verduren; vergaan; verteren; zakken
umkommen onder water gaan; ondergaan; zinken bezwijken; doodgaan; heengaan; hongeren; hongerlijden; in de oorlog omkomen; in elkaar storten; inslapen; kapotgaan; omkomen; ondergaan; overlijden; sneuvelen; sterven; te gronde gaan; vallen; verhongeren; verongelukken; verrekken; wegvallen
untergehen onder water gaan; ondergaan; zinken bezwijken; de weg kwijtraken; doorleven; doorstaan; in elkaar storten; ondergaan; te gronde gaan; ten onder gaan; ten ondergaan; verdragen; verduren; verdwalen; vergaan; verkeerd gaan; verkeerd lopen; verongelukken; verteren
versenken onder water gaan; ondergaan; zinken doen zinken; galvaniseren; kelderen; verzinken; zakken
versinken onder water gaan; ondergaan; zinken afglijden; aftakelen; afzakken; inzinken; kelderen; vervallen; verzakken; wegglijden; wegzinken; zakken

Verwante vertalingen van onder water gaan