Nederlands

Uitgebreide vertaling voor onderhoudend (Nederlands) in het Duits

onderhoudend:

onderhoudend bijvoeglijk naamwoord

  1. onderhoudend (sociabel; gezellig)
    gesellig; unterhaltsam; umgänglich; unterhaltend
  2. onderhoudend (vermakelijk; amusant)
    amüsant; unterhaltsam; unterhaltend; ergötzlich

Vertaal Matrix voor onderhoudend:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
amüsant amusant; onderhoudend; vermakelijk aangenaam; behaaglijk; bijzonder aangenaam; fijn; geestig; geinig; grappig; humoristisch; kluchtig; koddig; komiek; komisch; lachwekkend; leuk; leuke; lollig; plezant; plezierig; prettig; uiig
ergötzlich amusant; onderhoudend; vermakelijk aangenaam; behaaglijk; eetbaar; fijn; leuk; plezant; plezierig; prettig; te consumeren; uiig
gesellig gezellig; onderhoudend; sociabel aangenaam; aardig; behaaglijk; bevallig; bezet; charmant; comfortabel; druk; drukbezet; drukpratend; fijn; geanimeerd; geestig; geinig; gemakkelijk; genoeglijk; geriefelijk; geschikt; grappig; jofel; knus; koddig; komiek; komisch; lachwekkend; leuk; lief; lollig; plezant; plezierig; prettig; sfeervol; sympathiek; tof
umgänglich gezellig; onderhoudend; sociabel aangenaam; aardig; attent; behulpzaam; familiair; geschikt; goedaardig; goedhartig; hulpvaardig; makkelijk in de omgang; plezierig; tof; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig
unterhaltend amusant; gezellig; onderhoudend; sociabel; vermakelijk
unterhaltsam amusant; gezellig; onderhoudend; sociabel; vermakelijk

Verwante woorden van "onderhoudend":

  • onderhoudendst, onderhoudendste

onderhoudend vorm van onderhouden:

onderhouden werkwoord (onderhoud, onderhoudt, onderhield, onderhielden, onderhouden)

  1. onderhouden (financieel steunen)
    unterhalten; finanziell unterstützen; versorgen; ernähren; aushalten
    • unterhalten werkwoord (unterhalte, unterhälst, unterhält, unterhielt, unterhieltet, unterhalten)
    • versorgen werkwoord (versorge, versorgst, versorgt, versorgte, versorgtet, versorgt)
    • ernähren werkwoord (ernähre, ernährst, ernährt, ernährte, ernährtet, ernährt)
    • aushalten werkwoord (halte aus, hältst aus, hält aus, hielt aus, hieltet aus, ausgehalten)
  2. onderhouden (in stand houden; behouden)

Conjugations for onderhouden:

o.t.t.
  1. onderhoud
  2. onderhoudt
  3. onderhoudt
  4. onderhouden
  5. onderhouden
  6. onderhouden
o.v.t.
  1. onderhield
  2. onderhield
  3. onderhield
  4. onderhielden
  5. onderhielden
  6. onderhielden
v.t.t.
  1. heb onderhouden
  2. hebt onderhouden
  3. heeft onderhouden
  4. hebben onderhouden
  5. hebben onderhouden
  6. hebben onderhouden
v.v.t.
  1. had onderhouden
  2. had onderhouden
  3. had onderhouden
  4. hadden onderhouden
  5. hadden onderhouden
  6. hadden onderhouden
o.t.t.t.
  1. zal onderhouden
  2. zult onderhouden
  3. zal onderhouden
  4. zullen onderhouden
  5. zullen onderhouden
  6. zullen onderhouden
o.v.t.t.
  1. zou onderhouden
  2. zou onderhouden
  3. zou onderhouden
  4. zouden onderhouden
  5. zouden onderhouden
  6. zouden onderhouden
en verder
  1. ben onderhouden
  2. bent omderhouden
  3. is onderhouden
  4. zijn onderhouden
  5. zijn onderhouden
  6. zijn onderhouden
diversen
  1. onderhoud!
  2. onderhoudt!
  3. onderhouden
  4. onderhoudend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

onderhouden bijvoeglijk naamwoord

  1. onderhouden (verzorgd)
    versorgt; unterhalten; gutgepflegt

Vertaal Matrix voor onderhouden:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aushalten financieel steunen; onderhouden doorleven; doorstaan; dragen; dulden; financieren; harden; standhouden; uithouden; uitzingen; velen; verdragen; verduren; verteren; volhouden; zich staande houden
ernähren financieel steunen; onderhouden azen; borstvoeding geven; de borst geven; dineren; eten geven; laven; lenigen; lessen; prooizoeken; spijzigen; tafelen; te eten geven; tegoed doen; uitgebreid eten; voeden; voederen; voedsel geven; voeren; zogen
finanziell unterstützen financieel steunen; onderhouden
im Stand erhalten behouden; in stand houden; onderhouden
unterhalten financieel steunen; onderhouden aanstaan; amuseren; believen; bezet zijn; bezig houden; genieten; genot hebben van; goeddunken; iemand amuseren; in gesprek zijn; vermaken; zich bezighouden met
versorgen financieel steunen; onderhouden behandelen; bekommeren; door zorgen bederven; leiden tot iets; verplegen; verzorgen; zich zorgen maken; zorgen; zorgen voor; zorgen voor iemand; zorgen voor iets
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
gutgepflegt onderhouden; verzorgd
unterhalten onderhouden; verzorgd
versorgt onderhouden; verzorgd

Verwante woorden van "onderhouden":


Synoniemen voor "onderhouden":


Antoniemen van "onderhouden":


Verwante definities voor "onderhouden":

  1. aangenaam bezig houden1
    • de goochelaar onderhield ons met zijn optreden1
  2. hem zoveel geven dat hij daarvan kan leven1
    • hij onderhoudt zijn gezin1
  3. het goed houden1
    • je moet die tuin wel onderhouden1

Wiktionary: onderhouden

onderhouden
verb
  1. zorgen dat iets in goede staat blijft
  2. zich onderhouden: een gesprek houden met iemand
onderhouden
verb
  1. (transitiv) technische Apparate pflegen und eventuell regelmäßig reparieren

Cross Translation:
FromToVia
onderhouden unterhalten; amüsieren; belustigen; ergötzen; vergnügen amuserdivertir par des choses agréables.
onderhouden bewahren; aufbewahren; behalten; bergen; erhalten; konservieren conservermaintenir en bon état, apporter le soin nécessaire pour empêcher qu’une chose ne se gâter, ne dépérir.
onderhouden stemmen; unterhalten; unterstützen; aufbewahren; behalten; bergen; erhalten; konservieren; fortfahren; fortführen; fortsetzen; weiterführen maintenirtenir ferme et fixe.