Overzicht
Nederlands naar Duits:   Meer gegevens...
  1. uitloper:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor uitloper (Nederlands) in het Duits

uitloper:

uitloper [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de uitloper (rank)
    der Sproß
    • Sproß [der ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor uitloper:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
Sproß rank; uitloper afstammeling; loot; nakomeling; rank; ranken; scheut; spruit; stekje; telg

Wiktionary: uitloper


Cross Translation:
FromToVia
uitloper Ableger offshoot — that which shoots off from a main stem