Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. gril:
  2. grillen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor gril (Nederlands) in het Engels

gril:

gril [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de gril (nuk; luim; kuur; bui)
    the quirk; the caprice; the whim; the mood; the spur of the moment; the fancy
    • quirk [the ~] zelfstandig naamwoord
    • caprice [the ~] zelfstandig naamwoord
    • whim [the ~] zelfstandig naamwoord
    • mood [the ~] zelfstandig naamwoord
    • spur of the moment [the ~] zelfstandig naamwoord
    • fancy [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor gril:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
caprice bui; gril; kuur; luim; nuk aanval; bevlieging; impuls; luim; opwelling; prikkel; vlaag
fancy bui; gril; kuur; luim; nuk keuze; smaak; voorkeur; voorliefde
mood bui; gril; kuur; luim; nuk bui; geestesgesteldheid; geestestoestand; gemoedsgesteldheid; gemoedsstemming; gemoedstoestand; humeur; psychische toestand; stemming
quirk bui; gril; kuur; luim; nuk aanwensel; rarigheid; tic; zenuwtrek; zenuwtrekking
spur of the moment bui; gril; kuur; luim; nuk aanval; bevlieging; opwelling; vlaag
whim bui; gril; kuur; luim; nuk aanval; bevlieging; impuls; luim; opwelling; prikkel; vlaag
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fancy aanstaan; believen; goeddunken; houden van; lekker vinden; lusten; visualiseren

Verwante woorden van "gril":


Wiktionary: gril

gril
noun
  1. whimsy or fancy
  2. idiosyncrasy
  3. An impulsive or illogical desire; a caprice
  4. fanciful impulse

Cross Translation:
FromToVia
gril fixation; idiosyncracy; habit; mania marotte — idée fixe

gril vorm van grillen:

grillen werkwoord (gril, grilt, grilde, grilden, gegrild)

  1. grillen (barbecuen; roosteren; grilleren)
    to barbecue
    • barbecue werkwoord (barbecues, barbecued, barbecueing)

Conjugations for grillen:

o.t.t.
  1. gril
  2. grilt
  3. grilt
  4. grillen
  5. grillen
  6. grillen
o.v.t.
  1. grilde
  2. grilde
  3. grilde
  4. grilden
  5. grilden
  6. grilden
v.t.t.
  1. heb gegrild
  2. hebt gegrild
  3. heeft gegrild
  4. hebben gegrild
  5. hebben gegrild
  6. hebben gegrild
v.v.t.
  1. had gegrild
  2. had gegrild
  3. had gegrild
  4. hadden gegrild
  5. hadden gegrild
  6. hadden gegrild
o.t.t.t.
  1. zal grillen
  2. zult grillen
  3. zal grillen
  4. zullen grillen
  5. zullen grillen
  6. zullen grillen
o.v.t.t.
  1. zou grillen
  2. zou grillen
  3. zou grillen
  4. zouden grillen
  5. zouden grillen
  6. zouden grillen
en verder
  1. is gegrild
  2. zijn gegrild
diversen
  1. gril!
  2. grilt!
  3. gegrild
  4. grillend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor grillen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
barbecue barbecue
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
barbecue barbecuen; grillen; grilleren; roosteren

Verwante woorden van "grillen":


Wiktionary: grillen

grillen
verb
  1. to grill
  2. to cook food by heating in an oven or fire
  3. to lightly cook in a kitchen appliance