Nederlands

Uitgebreide vertaling voor model (Nederlands) in het Engels

model:

model [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het model (prototype)
    the prototype; the model; the example
    • prototype [the ~] zelfstandig naamwoord
    • model [the ~] zelfstandig naamwoord
    • example [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. het model (specimen; monster; staal; )
    the sample; the specimen; the example; the model
    • sample [the ~] zelfstandig naamwoord
    • specimen [the ~] zelfstandig naamwoord
    • example [the ~] zelfstandig naamwoord
    • model [the ~] zelfstandig naamwoord
  3. het model (voorlopig ontwerp; concept; ontwerp; )
    the preliminary design; the concept; the draft
  4. het model (mannequin)
    the mannequin; the dress-model; the model
  5. het model (fotomodel)
    the model
    • model [the ~] zelfstandig naamwoord
  6. het model
    the model
    – A mathematical or graphical representation of a real-world situation or object. For example, a mathematical model of the distribution of matter in the universe, a spreadsheet (numeric) model of business operations, or a graphical model of a molecule. 1
    • model [the ~] zelfstandig naamwoord
  7. het model
    the master
    – A shape on a stencil that you use repeatedly to create drawings. 1
    • master [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor model:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
concept concept; model; ontwerp; schets; toonbeeld; voorbeeld; voorlopig ontwerp begrip; conceptie; denkbeeld; notie
draft concept; model; ontwerp; schets; toonbeeld; voorbeeld; voorlopig ontwerp concept; klad; kladschrift; kladwerk; lichting; luchtzuiging; opmaken; opstellen; proefversie; redigeren; schets; schetstekening; tekening; tocht; trek
dress-model mannequin; model
example model; monster; proefje; proeve; prototype; specimen; staal; staaltje exemplaar; voorbeeld
mannequin mannequin; model etalagepop; kostuumpop; ledenpop; mannequin; paspop
master model baas; commandant; deken van een gilde; docent; gezagvoerder; gildenmeester; heer; heerser; instructeur; kampioen; kapitein; landsheer; leerkracht; leermeester; leraar; leraar op basisschool; machthebber; maestro; magister; meerdere; meester; onderwijzer; patroon; pedant; scheepsgezagvoerder; scheepskapitein; schipper; schoolmeester; soeverein; superieur
model fotomodel; mannequin; model; monster; proefje; proeve; prototype; specimen; staal; staaltje gietvorm; mal; maquette; matrijs; modelvorm; sjablone; sjabloon; vorm
preliminary design concept; model; ontwerp; schets; toonbeeld; voorbeeld; voorlopig ontwerp
prototype model; prototype prototype
sample model; monster; proefje; proeve; specimen; staal; staaltje sample; voorbeeld
specimen model; monster; proefje; proeve; specimen; staal; staaltje
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
master aanwennen; eigenmaken; gewend raken; leren; overwinnen; te boven komen; verslaan; winnen
model boetseren; fatsoeneren; kneden; maken; modelleren; vervaardigen; vorm geven; vormen; vormgeven
sample keuren; monsteren; monsters nemen; proberen; proeven
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
model modelmatig; voorbeeldig

Verwante woorden van "model":


Wiktionary: model

model
noun
  1. structural design
  2. style
  3. simplified representation
  4. miniature
  5. person

Cross Translation:
FromToVia
model copy; example; sample; specimen exemplairechacun des objets reproduire d’après un type commun en parlant de livres, gravures, médailles, etc.



Engels

Uitgebreide vertaling voor model (Engels) in het Nederlands

model:

to model werkwoord (models, modelled, modelling)

  1. to model (shape; form; mould; be)
    vormen; vorm geven; modelleren; boetseren
    • vormen werkwoord (vorm, vormt, vormde, vormden, gevormd)
    • vorm geven werkwoord
    • modelleren werkwoord (modelleer, modelleert, modelleerde, modelleerden, gemodelleerd)
    • boetseren werkwoord (boetseer, boetseert, boetseerde, boetseerden, geboetseerd)
  2. to model (mould; form; knead; shape; massage)
    vervaardigen; kneden; vormen; modelleren; maken
    • vervaardigen werkwoord
    • kneden werkwoord (kneed, kneedt, kneedde, kneedden, gekneed)
    • vormen werkwoord (vorm, vormt, vormde, vormden, gevormd)
    • modelleren werkwoord (modelleer, modelleert, modelleerde, modelleerden, gemodelleerd)
    • maken werkwoord (maak, maakt, maakte, maakten, gemaakt)
  3. to model (shape; form; mould)
    vormgeven
    • vormgeven werkwoord (geef vorm, geeft vorm, gaf vorm, gaven vorm, vormgegeven)
  4. to model (shape; make decent; freshen up)
    fatsoeneren
    • fatsoeneren werkwoord (fatsoeneer, fatsoeneert, fatsoeneerde, fatsoeneerden, gefatsoeneerd)

Conjugations for model:

present
  1. model
  2. model
  3. models
  4. model
  5. model
  6. model
simple past
  1. modelled
  2. modelled
  3. modelled
  4. modelled
  5. modelled
  6. modelled
present perfect
  1. have modelled
  2. have modelled
  3. has modelled
  4. have modelled
  5. have modelled
  6. have modelled
past continuous
  1. was modelling
  2. were modelling
  3. was modelling
  4. were modelling
  5. were modelling
  6. were modelling
future
  1. shall model
  2. will model
  3. will model
  4. shall model
  5. will model
  6. will model
continuous present
  1. am modelling
  2. are modelling
  3. is modelling
  4. are modelling
  5. are modelling
  6. are modelling
subjunctive
  1. be modelled
  2. be modelled
  3. be modelled
  4. be modelled
  5. be modelled
  6. be modelled
diverse
  1. model!
  2. let's model!
  3. modelled
  4. modelling
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they

model [the ~] zelfstandig naamwoord

  1. the model
    de maquette
  2. the model
    het fotomodel; het model
    • fotomodel [het ~] zelfstandig naamwoord
    • model [het ~] zelfstandig naamwoord
  3. the model (specimen; sample; example)
    het specimen; het monster; de staal; het staaltje; de proeve; het model; het proefje
    • specimen [het ~] zelfstandig naamwoord
    • monster [het ~] zelfstandig naamwoord
    • staal [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • staaltje [het ~] zelfstandig naamwoord
    • proeve [de ~] zelfstandig naamwoord
    • model [het ~] zelfstandig naamwoord
    • proefje [het ~] zelfstandig naamwoord
  4. the model (prototype; example)
    het prototype; het model
    • prototype [het ~] zelfstandig naamwoord
    • model [het ~] zelfstandig naamwoord
  5. the model (mould; mold; template; )
    de matrijs; de mal; modelvorm; de vorm; de gietvorm
    • matrijs [de ~] zelfstandig naamwoord
    • mal [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • modelvorm [znw.] zelfstandig naamwoord
    • vorm [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • gietvorm [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  6. the model (stencil; template; hand-out)
    de sjabloon; modelvorm; de sjablone; de mal
    • sjabloon [de ~] zelfstandig naamwoord
    • modelvorm [znw.] zelfstandig naamwoord
    • sjablone [de ~] zelfstandig naamwoord
    • mal [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  7. the model (mannequin; dress-model)
    het model; de mannequin
    • model [het ~] zelfstandig naamwoord
    • mannequin [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  8. the model
    – A mathematical or graphical representation of a real-world situation or object. For example, a mathematical model of the distribution of matter in the universe, a spreadsheet (numeric) model of business operations, or a graphical model of a molecule. 1
    het model
    • model [het ~] zelfstandig naamwoord

model bijvoeglijk naamwoord

  1. model (exemplary)
    modelmatig; voorbeeldig

Vertaal Matrix voor model:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fotomodel model
gietvorm die; matrix; model; mold; mould; shape; template
maken creating; fabrication; making; manufacture; manufacturing; preparation; producing; production; repairing
mal die; hand-out; matrix; model; mold; mould; shape; stencil; template
mannequin dress-model; mannequin; model dummy; figure-head; lay figure; mannequin; puppet
maquette model
matrijs die; matrix; model; mold; mould; shape; template matrix; mold
model dress-model; example; mannequin; model; prototype; sample; specimen concept; draft; master; preliminary design
modelvorm die; hand-out; matrix; model; mold; mould; shape; stencil; template
monster example; model; sample; specimen beast; monster; monstrosity; ogre
proefje example; model; sample; specimen
proeve example; model; sample; specimen
prototype example; model; prototype mock-up; prototype
sjablone hand-out; model; stencil; template
sjabloon hand-out; model; stencil; template document template; template; template file
specimen example; model; sample; specimen
staal example; model; sample; specimen alloy of steel; steel
staaltje example; model; sample; specimen
vervaardigen fabrication; making; manufacturing; preparation; producing; production; repairing
vorm die; matrix; model; mold; mould; shape; template appearance; be in good shape; build; cast; casting; casting mould; circumference; condition; contour; exterior; figure; form; gypsum; look; looks; mold; outline; posture; shape; size; stature
vormen civilizing; cultivating; polishing; refining
- example; exemplar; fashion model; framework; good example; manakin; manikin; mannequin; mannikin; modeling; modelling; poser; role model; simulation; theoretical account
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
boetseren be; form; model; mould; shape
fatsoeneren freshen up; make decent; model; shape
kneden form; knead; massage; model; mould; shape
maken form; knead; massage; model; mould; shape conceptualise; conceptualize; construct; create; design; fabricate; fix; invent; make; manufacture; mend; prepare; produce; repair; restore
modelleren be; form; knead; massage; model; mould; shape
vervaardigen form; knead; massage; model; mould; shape construct; fabricate; make; manufacture; produce
vorm geven be; form; model; mould; shape
vormen be; form; knead; massage; model; mould; shape bring up; educate; give shape; raise; rear
vormgeven form; model; mould; shape
- mock up; mold; mould; pattern; pose; posture; simulate; sit
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mal crazy; daft; foolish; funny; idiotic; insane; loony; mad; mixed up; muzzy; nuts; odd; potty; ridiculous; silly; stark mad; stark raving mad; stark staring mad; stupid; weird
modelmatig exemplary; model
voorbeeldig exemplary; model good; honest; well-behaved
- exemplary
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
- exemplary; ideal; original

Verwante woorden van "model":


Synoniemen voor "model":


Verwante definities voor "model":

  1. worthy of imitation2
    • model citizens2
  2. the act of representing something (usually on a smaller scale)2
  3. representation of something (sometimes on a smaller scale)2
  4. a type of product2
    • his car was an old model2
  5. a hypothetical description of a complex entity or process2
    • the computer program was based on a model of the circulatory and respiratory systems2
  6. something to be imitated2
    • a model of clarity2
    • he is the very model of a modern major general2
  7. a representative form or pattern2
  8. a woman who wears clothes to display fashions2
  9. a person who poses for a photographer or painter or sculptor2
    • the president didn't have time to be a model so the artist worked from photos2
  10. someone worthy of imitation2
  11. form in clay, wax, etc2
    • model a head with clay2
  12. construct a model of2
    • model an airplane2
  13. create a representation or model of2
  14. plan or create according to a model or models2
  15. display (clothes) as a mannequin2
    • model the latest fashion2
  16. assume a posture as for artistic purposes2
  17. A mathematical or graphical representation of a real-world situation or object. For example, a mathematical model of the distribution of matter in the universe, a spreadsheet (numeric) model of business operations, or a graphical model of a molecule.1

Wiktionary: model

model
verb
  1. be a model
  2. create from a substance
  3. make a miniature model
  4. use as a model
  5. display
noun
  1. structural design
  2. style
  3. simplified representation
  4. miniature
  5. person
model
verb
  1. (overgankelijk) het (kunstzinnig) vormen van kneedbaar materiaal
  2. op schaal navormen

Cross Translation:
FromToVia
model voorbeeld Beispiel — Einzelfall, der besonders und deshalb vorbildlich ist
model boetseren; modelleren modelerfaçonner une matière molle pour en faire une forme.
model sjabloon modèle — exemple qui doit être imité
model schema schématracé figurant d’une façon simplifier la disposition d’un bâtiment, d’un appareil, d’un organe, etc.

Verwante vertalingen van model