Overzicht

Remove Ads

Nederlands

Uitgebreide vertaling voor afdoen (Nederlands) in het Engels

afdoen:

afdoen werkwoord (doe af, doet af, deed af, deden af, afgedaan)

  1. afdoen (twist uit de weg ruimen; afhandelen; beslechten)
    to settle; to entomb; to take off; to put out; to inter; to do out; to remove
    • settle werkwoord (settles, settled, settling)
    • entomb werkwoord (entombs, entombed, entombing)
    • take off werkwoord (takes off, took off, taking off)
    • put out werkwoord (puts out, put out, putting out)
    • inter werkwoord (inters, interred, interring)
    • do out werkwoord (does out, did out, doing out)
    • remove werkwoord (removes, removed, removing)
  2. afdoen (in orde maken; klaren; regelen)
    to finish; to fix; to have finished; to have ended
    • finish werkwoord (finishes, finished, finishing)
    • fix werkwoord (fixes, fixed, fixing)
    • have finished werkwoord (has finished, had finished, having finished)
    • have ended werkwoord (has ended, had ended, having ended)

Conjugations for afdoen:

o.t.t.
  1. doe af
  2. doet af
  3. doet af
  4. doen af
  5. doen af
  6. doen af
o.v.t.
  1. deed af
  2. deed af
  3. deed af
  4. deden af
  5. deden af
  6. deden af
v.t.t.
  1. heb afgedaan
  2. hebt afgedaan
  3. heeft afgedaan
  4. hebben afgedaan
  5. hebben afgedaan
  6. hebben afgedaan
v.v.t.
  1. had afgedaan
  2. had afgedaan
  3. had afgedaan
  4. hadden afgedaan
  5. hadden afgedaan
  6. hadden afgedaan
o.t.t.t.
  1. zal afdoen
  2. zult afdoen
  3. zal afdoen
  4. zullen afdoen
  5. zullen afdoen
  6. zullen afdoen
o.v.t.t.
  1. zou afdoen
  2. zou afdoen
  3. zou afdoen
  4. zouden afdoen
  5. zouden afdoen
  6. zouden afdoen
diversen
  1. doe af!
  2. doet af!
  3. afgedaan
  4. afdoende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Computer vertaling door derden:
Images:


Remove Ads

Remove Ads