Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. duchtig:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor duchtig (Nederlands) in het Engels

duchtig:

duchtig bijvoeglijk naamwoord

  1. duchtig (danig; behoorlijk)
    considerable; considerably; substantial; robust; sizable; generously

Vertaal Matrix voor duchtig:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
considerable behoorlijk; danig; duchtig aanmerkelijk; aanzienlijk; beduidend; behoorlijk; belangrijke; enorm; flink; fors; noemenswaardige; royaal; substantieel; vorstelijk
robust behoorlijk; danig; duchtig doortastend; drastisch; ferm; flink; fors; fysiek sterk; krachtdadig; krachtig; massief; niet hol; sterk; stevig
sizable behoorlijk; danig; duchtig
substantial behoorlijk; danig; duchtig aanmerkelijk; aanzienlijk; beduidend; behoorlijk; belangrijke; betrouwbaar; degelijk; deugdelijk; enorm; flink; fors; noemenswaardige; solide; stevig; substantieel; welgedaan
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
considerably behoorlijk; danig; duchtig behoorlijk; nogal; redelijk; tamelijk
generously behoorlijk; danig; duchtig

Verwante woorden van "duchtig":

  • duchtiger, duchtigere, duchtige

Wiktionary: duchtig

duchtig
adjective
  1. significant, hefty

Cross Translation:
FromToVia
duchtig doughty tüchtig — zu etwas geeignet, in der Lage
duchtig austere; severe; strict; harsh; sharp; stark; stern austère — Qui est rigoureux pour le corps et qui mortifier les sens et l’esprit. — note Se dit surtout des doctrines et des pratiques religieux.
duchtig severe; strict; austere; hard; harsh; sharp; stark; stern; tough sévère — Qui est rigide, sans indulgence.