Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. engel:

Remove Ads

Nederlands

Uitgebreide vertaling voor engel (Nederlands) in het Engels

engel:

engel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de engel (lief persoon; engeltje)
    the angel; the darling; the dear
    • angel [the ~] zelfstandig naamwoord
    • darling [the ~] zelfstandig naamwoord
    • dear [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de engel (hemelgeest)
    the angel
    • angel [the ~] zelfstandig naamwoord

Verwante woorden van "engel":


Synoniemen voor "engel":


Verwante definities voor "engel":

  1. mens met vleugels, denkbeeldig wezen1
    • engelen wonen in de hemel1
  2. iemand die heel lief of behulpzaam is1
    • je bent een engel1

Computer vertaling door derden:
Images:


Remove Ads

Remove Ads