Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. grauwen:
  2. grauw:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor grauwen (Nederlands) in het Engels

grauwen:

grauwen werkwoord (grauw, grauwt, grauwde, grauwden, gegrauwd)

  1. grauwen (snauwen)
    to snarl; to growl
    • snarl werkwoord (snarls, snarled, snarling)
    • growl werkwoord (growls, growled, growling)

Conjugations for grauwen:

o.t.t.
  1. grauw
  2. grauwt
  3. grauwt
  4. grauwen
  5. grauwen
  6. grauwen
o.v.t.
  1. grauwde
  2. grauwde
  3. grauwde
  4. grauwden
  5. grauwden
  6. grauwden
v.t.t.
  1. heb gegrauwd
  2. hebt gegrauwd
  3. heeft gegrauwd
  4. hebben gegrauwd
  5. hebben gegrauwd
  6. hebben gegrauwd
v.v.t.
  1. had gegrauwd
  2. had gegrauwd
  3. had gegrauwd
  4. hadden gegrauwd
  5. hadden gegrauwd
  6. hadden gegrauwd
o.t.t.t.
  1. zal grauwen
  2. zult grauwen
  3. zal grauwen
  4. zullen grauwen
  5. zullen grauwen
  6. zullen grauwen
o.v.t.t.
  1. zou grauwen
  2. zou grauwen
  3. zou grauwen
  4. zouden grauwen
  5. zouden grauwen
  6. zouden grauwen
diversen
  1. grauw!
  2. grauwt!
  3. gegrauwd
  4. grauwend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor grauwen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
growl grauw; grom; snauw
snarl grauw; grom; snauw
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
growl grauwen; snauwen grommen; knorren; knorrend geluid maken
snarl grauwen; snauwen afbekken; afblaffen; afsnauwen; grommen; knorren; knorrend geluid maken; snauwen; toesnauwen

Verwante woorden van "grauwen":


grauwen vorm van grauw:

grauw bijvoeglijk naamwoord

  1. grauw (vaal)
    grubby; ash grey; ashen
  2. grauw (troosteloos; triest; mistroostig; somber; vreugdeloos)
    dreary; gloomy; sad; grey; cheerless; joyless; dull; drab
    • dreary bijvoeglijk naamwoord
    • gloomy bijvoeglijk naamwoord
    • sad bijvoeglijk naamwoord
    • grey bijvoeglijk naamwoord
    • cheerless bijvoeglijk naamwoord
    • joyless bijvoeglijk naamwoord
    • dull bijvoeglijk naamwoord
    • drab bijvoeglijk naamwoord

grauw [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de grauw (gepeupel; plebs; rapaille)
    the mob; the riffraff; the scum; the ragtag; the rabble; the riff-raff
    • mob [the ~] zelfstandig naamwoord
    • riffraff [the ~] zelfstandig naamwoord
    • scum [the ~] zelfstandig naamwoord
    • ragtag [the ~] zelfstandig naamwoord
    • rabble [the ~] zelfstandig naamwoord
    • riff-raff [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de grauw (snauw; grom)
    the growl; the snarl
    • growl [the ~] zelfstandig naamwoord
    • snarl [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor grauw:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
grey schimmel; wit paard
growl grauw; grom; snauw
mob gepeupel; grauw; plebs; rapaille drom; horde; kudde; massa; schaar; schare; troep; volksmenigte
rabble gepeupel; grauw; plebs; rapaille canaille; gajes; geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot
ragtag gepeupel; grauw; plebs; rapaille canaille; gajes; geboefte; gebroed; gespuis; schorriemorrie; tuig; uitschot
riff-raff gepeupel; grauw; plebs; rapaille geboefte; gebroed; gespuis; geteisem; schorriemorrie; tuig; uitschot; uitvaagsel
riffraff gepeupel; grauw; plebs; rapaille canaille; gajes; janhagel
scum gepeupel; grauw; plebs; rapaille canaille; gajes; geboefte; gebroed; gespuis; geteisem; schorriemorrie; tuig; uitschot; uitvaagsel
snarl grauw; grom; snauw
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
growl grauwen; grommen; knorren; knorrend geluid maken; snauwen
snarl afbekken; afblaffen; afsnauwen; grauwen; grommen; knorren; knorrend geluid maken; snauwen; toesnauwen
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ashen grauw; vaal asgrauw; blank; bleek; bleek van gelaatskleur; doodsbleek; lijkbleek; lijkwit; sneeuwwit; spierwit; vaal; wit; wit van huidskleur
cheerless grauw; mistroostig; somber; triest; troosteloos; vreugdeloos naargeestig; onbehaaglijk; ongezellig; sfeerloos; somber; triest; troosteloos; zonder sfeer; zwaarmoedig
drab grauw; mistroostig; somber; triest; troosteloos; vreugdeloos eentonig; grauwkleurig; grijs; monotoon; saai; slaapverwekkend
dreary grauw; mistroostig; somber; triest; troosteloos; vreugdeloos afgezaagd; eentonig; monotoon; saai; slaapverwekkend; suf; vervelend
dull grauw; mistroostig; somber; triest; troosteloos; vreugdeloos achterlijk; afgestompt; afgezaagd; afstompend; beslagen; bleekrood; bokkig; bot; breinloos; daas; dof; dom; duf; dwars; eentonig; ellendig; flets; geestdodend; geesteloos; glansloos; hersenloos; idioot; koppig; langdraadig; langdradig; langwijlig; lastig; mat; melig; monotoon; niet helder; niet uitbundig; onbenullig; ongeanimeerd; onnozel; onscherp; onverstandig; rot; saai; saaie; slaapverwekkend; smakeloos; soezerig; stijfhoofdig; stijlloos; stom; stompzinnig; stupide; suf; taai; vaalrood; verstandeloos; versuft; vervelend; weerbarstig; weerspannig; zonder afleiding; zouteloos
gloomy grauw; mistroostig; somber; triest; troosteloos; vreugdeloos bedrukt; gedrukt; mismoedig; mistroostig; moedeloos; naargeestig; neerslachtig; somber; teneergeslagen; terneergeslagen; triest; troosteloos; verdrietig; zwaarmoedig
grey grauw; mistroostig; somber; triest; troosteloos; vreugdeloos grauwkleurig; grijs; grijsharig
grubby grauw; vaal bedoezeld; bevlekt; flodderig; groezelig; haveloos; kliederig; knoeierig; met vuil bemorst; morsig; onkies; onkuis; onrein; onzindelijk; ranzig; slobberig; slodderig; slonzig; slordig; smerig; smoezelig; vies; viezig; vlekkig; voddig; vuil; vunzig
joyless grauw; mistroostig; somber; triest; troosteloos; vreugdeloos naargeestig; somber; triest; troosteloos; zwaarmoedig
sad grauw; mistroostig; somber; triest; troosteloos; vreugdeloos bedroefd; bedroevend; droef; droefgeestig; droevig; kommervol; melancholisch; melancholische; naargeestig; rouwig; somber; treurig; triest; troosteloos; verdrietig; vol met zorgen; zwaarmoedig
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ash grey grauw; vaal

Verwante woorden van "grauw":


Wiktionary: grauw

grauw
adjective
  1. donkergrijs, kleurloos
grauw
adjective
  1. dreary, gloomy

Cross Translation:
FromToVia
grauw grey grauohne Steigerung: Farbe, Mischung aus schwarz und weiß
grauw gray; grey gris — De couleur grise