Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. laat:
  2. laten:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor laat (Nederlands) in het Engels

laat:

laat bijvoeglijk naamwoord

  1. laat
    late
    – after the expected or usual time; delayed 1
    • late bijvoeglijk naamwoord
      • I'm late for the plane1
      • the train is late1

Vertaal Matrix voor laat:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
late ex; geweest; gewezen; toenmalig; voorheen; voormalig; voormalige; vorige; vroeger; vroegere
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
late laat afgestorven; dood; doodgegaan; gestorven; heengegaan; overleden; vertraagd

Verwante woorden van "laat":


Antoniemen van "laat":


Verwante definities voor "laat":

  1. verder in de tijd dan gebruikelijk of afgesproken is2
    • we gaan naar huis, het is al laat2

Wiktionary: laat

laat
adjective
  1. na het voorziene ogenblik
  2. 's avonds, 's nachts
laat
adverb
  1. proximate in time
adjective
  1. at the end of a period
  2. near the end of the day
  3. near the end of a period of time
noun
  1. semifree peasant

Cross Translation:
FromToVia
laat late; lately spätzeitlich fortgeschritten, kurz vor Schluss, gegen Ende

laat vorm van laten:

laten werkwoord (laat, liet, lieten, gelaten)

  1. laten (permitteren; toelaten)
    to allow
    • allow werkwoord (allows, allowed, allowing)
  2. laten (toestaan; permitteren; toelaten; )
    to concede; to grant; to allow; to permit; to submit to; to admit; to tolerate; to authorize; to authorise; to give one's fiat to
    • concede werkwoord (concedes, conceded, conceding)
    • grant werkwoord (grants, granted, granting)
    • allow werkwoord (allows, allowed, allowing)
    • permit werkwoord (permits, permitted, permitting)
    • submit to werkwoord (submits to, submitted to, submitting to)
    • admit werkwoord (admits, admited, admiting)
    • tolerate werkwoord (tolerates, tolerated, tolerating)
    • authorize werkwoord, Amerikaans (authorizes, authorized, authorizing)
    • authorise werkwoord, Brits
    • give one's fiat to werkwoord (gives one's fiat to, gave one's fiat to, giving one's fiat to)

Conjugations for laten:

o.t.t.
  1. laat
  2. laat
  3. laat
  4. laten
  5. laten
  6. laten
o.v.t.
  1. liet
  2. liet
  3. liet
  4. lieten
  5. lieten
  6. lieten
v.t.t.
  1. heb gelaten
  2. hebt gelaten
  3. heeft gelaten
  4. hebben gelaten
  5. hebben gelaten
  6. hebben gelaten
v.v.t.
  1. had gelaten
  2. had gelaten
  3. had gelaten
  4. hadden gelaten
  5. hadden gelaten
  6. hadden gelaten
o.t.t.t.
  1. zal laten
  2. zult laten
  3. zal laten
  4. zullen laten
  5. zullen laten
  6. zullen laten
o.v.t.t.
  1. zou laten
  2. zou laten
  3. zou laten
  4. zouden laten
  5. zouden laten
  6. zouden laten
en verder
  1. ben gelaten
  2. bent gelaten
  3. is gelaten
  4. zijn gelaten
  5. zijn gelaten
  6. zijn gelaten
diversen
  1. laat!
  2. laat!
  3. gelaten
  4. latend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor laten:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
grant beurs; stipendium; studiebeurs; studietoelage
permit entreebiljet; geleidebiljet; geleidebrief; kaart; kaartje; licentie; pas; pasje; paspoort; plaatsbewijs; ticket; toegangsbewijs; vergunning; vrijbrief; vrijgeleide
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
admit dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen als waar erkennen; autoriseren; biechten; binnen laten; bloot leggen; erkennen; fiatteren; goedkeuren; goedvinden; iemand toelaten; inlaten; opbiechten; openbaren; opnemen; opvangen; reveleren; toegang verschaffen; toegeven; toelaten; toestemming verlenen; zich uiten
allow dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen akkoord gaan; autoriseren; fiatteren; goed vinden; goedkeuren; goedvinden; gunnen; gunst verlenen; instemmen; inwilligen; permitteren; toestaan; toestemmen; toestemming verlenen; vergunnen; veroorloven
authorise dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen autoriseren; fiatteren; goedkeuren; goedvinden; machtigen; permitteren; toekennen; toestaan; toestemming verlenen; vergunnen; verlenen; volmacht geven; volmachtigen
authorize dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen autoriseren; fiatteren; goedkeuren; goedvinden; machtigen; permitteren; toekennen; toestaan; toestemming verlenen; vergunnen; verlenen; volmacht geven; volmachtigen
concede dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen akkoord gaan; instemmen
give one's fiat to dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen autoriseren; fiatteren; goedkeuren; goedvinden; toestemming verlenen
grant dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen akkoord gaan; cadeau doen; cadeau geven; instemmen; inwilligen; ondervragen; overhoren; schenken; toekennen; toestaan; uithoren; uitvragen; vergunnen; verhoren; verlenen
permit dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen akkoord gaan; autoriseren; fiatteren; goed vinden; goedkeuren; goedvinden; in staat stellen; instemmen; mogelijk maken; permitteren; toekennen; toestaan; toestemmen; toestemming verlenen; vergunnen; verlenen; veroorloven
submit to dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen aanleunen; aanvaarden; accepteren; voor lief nemen; welgevallen; zich laten gevallen; zich laten welgevallen
tolerate dulden; duren; goedkeuren; goedvinden; gunnen; inwilligen; laten; permitteren; toelaten; toestaan; toestemmen; vergunnen autoriseren; doorstaan; dragen; dulden; gedogen; harden; tolereren; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; vergunnen; volhouden
- doen

Verwante woorden van "laten":


Synoniemen voor "laten":


Antoniemen van "laten":


Verwante definities voor "laten":

  1. veroorzaken dat het gebeurt2
    • je laat me schrikken2
  2. aansporing om iets te doen2
    • laten we hem verrassen!2
  3. er niets aan veranderen2
    • laat die deur open2
  4. mogelijk maken dat hij er komt2
    • ik laat de kat binnen2
  5. vertrekken zonder hem mee te nemen2
    • kunnen we onze kinderen hier laten?2
  6. het niet doen2
    • laat dat!2

Wiktionary: laten

laten
verb
  1. veroorzaken
  2. toestaan
    • latenlet
  3. niet doen
  4. niets veranderen
  5. vertrekken
  6. aansporing
    • latenlet
laten
verb
  1. of a dog: impregnate
  2. to allow
  3. To transfer possession after death
  4. -
  5. To cause to remain as available, not take away, refrain from depleting
  6. computing: to cause (a program or computer) to stop responding
  7. break wind
  8. cause to do
  9. ascribe the greatest importance
  10. to drop
  11. overheat
  12. to fart
  13. expel gas from the stomach through the mouth

Cross Translation:
FromToVia
laten have; make lassen — veranlassen, machen, dass etwas geschieht
laten quit; stop lassen — etwas nicht tun
laten allow; let lassen — etwas zu tun ermöglichen, erlauben, dulden, hinnehmen
laten leave; let; allow; release laisserquitter quelqu'un ou quelque chose.
laten render; cause; get; make; return rendreremettre une chose entre les mains de celui à qui elle appartenir, de quelque manière qu’on l’avoir.

Verwante vertalingen van laat