Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. pissig:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor pissig (Nederlands) in het Engels

pissig:

pissig bijvoeglijk naamwoord

  1. pissig (geïrriteerd; prikkelbaar; aangebrand; geprikkeld; geërgerd)
    bad-tempered; pissed off; irritated; piqued; nettled; sore

Vertaal Matrix voor pissig:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sore etterende wond; etterende wonde; zeer; zweer; zweren
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bad-tempered aangebrand; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; pissig; prikkelbaar gemelijk; knorrig; nurks; stuurs; wrevelig
sore aangebrand; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; pissig; prikkelbaar gepikeerd; ontstemd; ontstoken; pijnlijk
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
irritated aangebrand; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; pissig; prikkelbaar geirriteerd; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; stuurs
nettled aangebrand; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; pissig; prikkelbaar gepikeerd; ontstemd
piqued aangebrand; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; pissig; prikkelbaar gepikeerd; ontstemd
pissed off aangebrand; geprikkeld; geërgerd; geïrriteerd; pissig; prikkelbaar erg boos; spinnijdig

Verwante woorden van "pissig":

  • pissige