Nederlands

Uitgebreide vertaling voor reinheid (Nederlands) in het Engels

reinheid:


reinheid vorm van rein:

rein bijvoeglijk naamwoord

  1. rein (hygienisch; schoon; zuiver; kuis)
    hygienic; clean; pure
    • hygienic bijvoeglijk naamwoord
    • clean bijvoeglijk naamwoord
    • pure bijvoeglijk naamwoord
  2. rein (onschuldig; onbevlekt; vlekkeloos)
    immaculate; impeccable; unspoiled; untainted; chaste; spotless
  3. rein (maagdelijk; puur; zuiver; )
    pristine; virginal; pure
  4. rein (schoon; kuis; net)
    clean
    • clean bijvoeglijk naamwoord

Vertaal Matrix voor rein:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
clean bergen; opruimen; reinigen; schonen; schoonmaken; schoonpoetsen; uitwassen; wassen; zemen; zuiveren
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
chaste onbevlekt; onschuldig; rein; vlekkeloos eerbaar; gekuist; kuis; zedig
hygienic hygienisch; kuis; rein; schoon; zuiver hygiënisch
immaculate onbevlekt; onschuldig; rein; vlekkeloos brandhelder; brandschoon; kraakhelder
impeccable onbevlekt; onschuldig; rein; vlekkeloos correct; keurig; onberispelijk; onbesproken
pristine kuis; maagdelijk; onbevlekt; onschuldig; puur; rein; zuiver
pure hygienisch; kuis; maagdelijk; onbevlekt; onschuldig; puur; rein; schoon; zuiver gaaf; gekuist; kuis; louter; maagdelijk; onaangeraakt; ongerept; onvermengd; onversneden; pure; puur; virginaal; zuiver; zuivere
spotless onbevlekt; onschuldig; rein; vlekkeloos brandhelder; brandschoon; kraakhelder; onbesmet; smetteloos; vlekkeloos
unspoiled onbevlekt; onschuldig; rein; vlekkeloos gaaf; maagdelijk; onaangeraakt; onaangetast; onbedorven; ongerept; onverzwakt; puur; virginaal; zuiver
untainted onbevlekt; onschuldig; rein; vlekkeloos gaaf; maagdelijk; onaangeraakt; onaangetast; onbedorven; ongerept; puntgaaf; puur; virginaal; zuiver
virginal kuis; maagdelijk; onbevlekt; onschuldig; puur; rein; zuiver gaaf; maagdelijk; onaangeraakt; ongerept; puur; virginaal; zuiver
- schoon
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
clean hygienisch; kuis; net; rein; schoon; zuiver deugdzaam; eerzaam; gewoonweg; gladweg; netjes; opgeruimd; ordelijk; proper; ronduit; schoon; zedig; zindelijk; zuiver

Verwante woorden van "rein":

  • reinheid, reiner, reinere, reinst, reinste, reine

Synoniemen voor "rein":


Antoniemen van "rein":


Verwante definities voor "rein":

  1. zonder stof, viezigheid of vlekken1
    • het is erg rein in haar keuken1

Wiktionary: rein

rein
adjective
  1. zonder vuil
rein
adjective
  1. chemistry: pure; unmixed
  2. free of flaws or imperfections
  3. arranged neatly

Cross Translation:
FromToVia
rein immaculate; pristine; spotless; undefiled; untainted immaculé — sans tache
rein pure; simple; straightforward; common; unpretentious; clean; untainted; mere; sole; solitary; absolute; stark pur — Qui est sans mélange.