Nederlands

Uitgebreide vertaling voor toegang (Nederlands) in het Engels

toegang:

toegang [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de toegang (entree; ingang; inlaat)
    the access; the entrance; the entry; the admission; the admittance
    • access [the ~] zelfstandig naamwoord
    • entrance [the ~] zelfstandig naamwoord
    • entry [the ~] zelfstandig naamwoord
    • admission [the ~] zelfstandig naamwoord
    • admittance [the ~] zelfstandig naamwoord
  2. de toegang
    the access
    – In respect to privacy, an individual's ability to view, modify, and contest the accuracy and completeness of PII collected about him or her. Access is an element of the Fair Information Practices. 1
    • access [the ~] zelfstandig naamwoord
  3. de toegang
    the access
    – The act of reading data from or writing data to memory. 1
    • access [the ~] zelfstandig naamwoord
  4. de toegang
    the access
    – The ability to view data or navigate to or within a physical or virtual computer environment. 1
    • access [the ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor toegang:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
access entree; ingang; inlaat; toegang akkoord; fiat; goedkeuring; goedvinden; permissie; toegangsweg; toelating; toestemming
admission entree; ingang; inlaat; toegang akkoord; bekennen; confessie; erkenning; fiat; goedkeuring; goedvinden; permissie; toegeving; toelating; toestemming
admittance entree; ingang; inlaat; toegang akkoord; fiat; goedkeuring; goedvinden; permissie; toelating; toestemming
entrance entree; ingang; inlaat; toegang binnenkomst; entree; ingang; intocht; intrede; invaart
entry entree; ingang; inlaat; toegang aankomst; aanmelden; binnenkomst; boeking; entree; hoofdwoord; ingang; inkomst; inschrijving; intocht; intrede; invoer; lemma; toetreding; trefwoord; vermelding
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
access toegang verkrijgen tot
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
entrance verrukken

Verwante woorden van "toegang":


Wiktionary: toegang

toegang
noun
  1. plaats waarlangs men ergens binnen kan gaan
toegang
noun
  1. permission to enter
  2. a way, passage, or avenue by which a place or buildings can be approached; an access
  3. right or ability of approaching or entering
  4. way or means of approaching

Cross Translation:
FromToVia
toegang encounter; meeting; approach; acquaintance; familiarity; relation; understanding; connection; interrelation; relationship; access; admission; admittance; accession; entrance; entry; landing; acceptance; reception abord — (vieilli) action d’arriver au bord, de toucher le rivage.
toegang access; attack; hit; admission; admittance; accession; entrance; entry; assault; strike; fit; approach; coming accès — Action, endroit, ou facilité plus ou moins grande d’accéder dans un lieu, physique ou virtuel.
toegang entry; entrance; ticket; start; entree; starters; access; admission; admittance; accession entréeendroit par où l’on entrer dans un lieu.

Verwante vertalingen van toegang