Overzicht
Nederlands naar Engels:   Meer gegevens...
  1. vooruitspringend:
  2. vooruitspringen:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor vooruitspringend (Nederlands) in het Engels

vooruitspringend:

vooruitspringend bijvoeglijk naamwoord

  1. vooruitspringend (uitspringend; vooruitstekend; naar voren staand)
    sticking-out; prominent; protruding

Vertaal Matrix voor vooruitspringend:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
prominent belangrijkste; belangrijkste punt; hoofdpunt; hoofdzaak; voornaamste
protruding uitsteken
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
prominent naar voren staand; uitspringend; vooruitspringend; vooruitstekend aanzienlijk; befaamd; deftig; eruitspringend; fier; geacht; gedistingeerd; hooggeplaatst; hooggezeten; indrukwekkend; invloedrijk; majestueus; nobel; opvallend; parmant; parmantig; plechtig; plechtstatig; prominent; statig; trots; uitsteken; vooraanstaand; vooraanstaande; voornaam; vorstelijk
protruding naar voren staand; uitspringend; vooruitspringend; vooruitstekend
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sticking-out naar voren staand; uitspringend; vooruitspringend; vooruitstekend

vooruitspringend vorm van vooruitspringen:

vooruitspringen werkwoord (spring vooruit, springt vooruit, sprong vooruit, sprongen vooruit, vooruitgesprongen)

  1. vooruitspringen (vooruitsteken)
    to jut out
    • jut out werkwoord (juts out, jutted out, jutting out)

Conjugations for vooruitspringen:

o.t.t.
  1. spring vooruit
  2. springt vooruit
  3. springt vooruit
  4. springen vooruit
  5. springen vooruit
  6. springen vooruit
o.v.t.
  1. sprong vooruit
  2. sprong vooruit
  3. sprong vooruit
  4. sprongen vooruit
  5. sprongen vooruit
  6. sprongen vooruit
v.t.t.
  1. ben vooruitgesprongen
  2. bent vooruitgesprongen
  3. is vooruitgesprongen
  4. zijn vooruitgesprongen
  5. zijn vooruitgesprongen
  6. zijn vooruitgesprongen
v.v.t.
  1. was vooruitgesprongen
  2. was vooruitgesprongen
  3. was vooruitgesprongen
  4. waren vooruitgesprongen
  5. waren vooruitgesprongen
  6. waren vooruitgesprongen
o.t.t.t.
  1. zal vooruitspringen
  2. zult vooruitspringen
  3. zal vooruitspringen
  4. zullen vooruitspringen
  5. zullen vooruitspringen
  6. zullen vooruitspringen
o.v.t.t.
  1. zou vooruitspringen
  2. zou vooruitspringen
  3. zou vooruitspringen
  4. zouden vooruitspringen
  5. zouden vooruitspringen
  6. zouden vooruitspringen
diversen
  1. spring vooruit!
  2. springt vooruit!
  3. vooruitgesprongen
  4. vooruitspringend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor vooruitspringen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
jut out vooruitspringen; vooruitsteken afsteken; eruit springen; in het oog lopen; opvallen; uitspringen; uitsteken