Nederlands
Uitgebreide vertaling voor vorm (Nederlands) in het Engels
vorm:
-
de vorm (conditie)
-
de vorm (gietvorm; matrijs; mal; modelvorm)
-
de vorm (afgietsel; gietsel; afgieting)
-
de vorm (uiterlijk; verschijning; voorkomen; gedaante; type; buitenkant; vertoon; aanzien; aangezicht; gelaat)
-
de vorm (postuur; figuur; gestalte; gedaante)
-
de vorm (omtrek)
-
de vorm (iemand zijn uiterlijk; verschijning; uiterlijk; voorkomen; gedaante; vertoon; buitenkant; aangezicht)
-
de vorm (gietmal)
-
de vorm (in vorm zijn)
Verwante woorden van "vorm":
Verwante definities voor "vorm":
vorm vorm van vormen:
-
vormen (vorm geven; modelleren; boetseren)
-
vormen (vervaardigen; kneden; modelleren; maken)
-
vormen (opvoeden; grootbrengen)
-
vormen (gestalte geven; vorm geven aan)
to give shape
Conjugations for vormen:
o.t.t.
- vorm
- vormt
- vormt
- vormen
- vormen
- vormen
o.v.t.
- vormde
- vormde
- vormde
- vormden
- vormden
- vormden
v.t.t.
- heb gevormd
- hebt gevormd
- heeft gevormd
- hebben gevormd
- hebben gevormd
- hebben gevormd
v.v.t.
- had gevormd
- had gevormd
- had gevormd
- hadden gevormd
- hadden gevormd
- hadden gevormd
o.t.t.t.
- zal vormen
- zult vormen
- zal vormen
- zullen vormen
- zullen vormen
- zullen vormen
o.v.t.t.
- zou vormen
- zou vormen
- zou vormen
- zouden vormen
- zouden vormen
- zouden vormen
diversen
- vorm!
- vormt!
- gevormd
- vormend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
het vormen (beschaven; cultiveren; ontwikkelen)
Verwante woorden van "vormen":
Verwante definities voor "vormen":
Computer vertaling door derden:
Images: