Nederlands

Uitgebreide vertaling voor waarnemend (Nederlands) in het Engels

waarnemend:

waarnemend bijvoeglijk naamwoord

  1. waarnemend (plaatsvervangend; loco-)
    substitute; deputy; ad interim; acting; temporary

Vertaal Matrix voor waarnemend:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
deputy afgevaardigde; gecommitteerde; gedelegeerde; gedeputeerde; hulpkracht; invaller; noodhulp; plaatsvervanger; remplaçant; representant; substituut; vertegenwoordiger
substitute herstelling; hulpkracht; invaller; invalster; noodhulp; omwisseling; plaatsvervanger; remplaçant; representant; reservist; substitutie; substituut; surrogaat; verruiling; vertegenwoordiger; vervangend middel; vervangend product; vervanger; vervanging; vervangingsmiddel; verwisseling; wissel; wisselspeler
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
substitute aflossen; invallen; invallen voor iemand; remplaceren; vernieuwen; vervangen; verwisselen
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
acting loco-; plaatsvervangend; waarnemend fungerend; handelend
substitute loco-; plaatsvervangend; waarnemend
temporary loco-; plaatsvervangend; waarnemend aards; eindig; kortstondig; provisorisch; temporeel; tijdelijk; tijdelijke; tussentijds; vergankelijk; voor enige tijd; voorbijgaand; voorlopig; zolang
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
ad interim loco-; plaatsvervangend; waarnemend
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
deputy loco-; plaatsvervangend; waarnemend adjunct; loco-

waarnemend vorm van waarnemen:

waarnemen werkwoord (neem waar, neemt waar, nam waar, namen waar, waargenomen)

  1. waarnemen (bespeuren; zien; voelen; )
    to see; to feel; to perceive; to notice; to sense; to observe
    • see werkwoord (sees, saw, seeing)
    • feel werkwoord (feels, felt, feeling)
    • perceive werkwoord (perceives, perceived, perceiving)
    • notice werkwoord (notices, noticed, noticing)
    • sense werkwoord (senses, sensed, sensing)
    • observe werkwoord (observes, observed, observing)
  2. waarnemen (bemerken; opmerken; signaleren; gewaarworden; merken)
    to notice; to signal
    • notice werkwoord (notices, noticed, noticing)
    • signal werkwoord (signals, signalled, signalling)
    to observe
    – observe with care or pay close attention to 1
    • observe werkwoord (observes, observed, observing)
  3. waarnemen (zien; observeren; bekijken; )
    to perceive; to attend; to observe; to witness
    • perceive werkwoord (perceives, perceived, perceiving)
    • attend werkwoord (attends, attended, attending)
    • observe werkwoord (observes, observed, observing)
    • witness werkwoord (witnesss, witnessed, witnessing)
  4. waarnemen (observeren; zien; kijken; bekijken; gadeslaan)
    to see; to watch; to look at; to view; to spectate
    • see werkwoord (sees, saw, seeing)
    • watch werkwoord (watches, watched, watching)
    • look at werkwoord (looks at, looked at, looking at)
    • view werkwoord (views, viewed, viewing)
    • spectate werkwoord (spectates, spectated, spectating)
    to observe
    – observe with care or pay close attention to 1
    • observe werkwoord (observes, observed, observing)

Conjugations for waarnemen:

o.t.t.
  1. neem waar
  2. neemt waar
  3. neemt waar
  4. nemen waar
  5. nemen waar
  6. nemen waar
o.v.t.
  1. nam waar
  2. nam waar
  3. nam waar
  4. namen waar
  5. namen waar
  6. namen waar
v.t.t.
  1. heb waargenomen
  2. hebt waargenomen
  3. heeft waargenomen
  4. hebben waargenomen
  5. hebben waargenomen
  6. hebben waargenomen
v.v.t.
  1. had waargenomen
  2. had waargenomen
  3. had waargenomen
  4. hadden waargenomen
  5. hadden waargenomen
  6. hadden waargenomen
o.t.t.t.
  1. zal waarnemen
  2. zult waarnemen
  3. zal waarnemen
  4. zullen waarnemen
  5. zullen waarnemen
  6. zullen waarnemen
o.v.t.t.
  1. zou waarnemen
  2. zou waarnemen
  3. zou waarnemen
  4. zouden waarnemen
  5. zouden waarnemen
  6. zouden waarnemen
diversen
  1. neem waar!
  2. neemt waar!
  3. waargenomen
  4. waarnemend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

waarnemen [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. waarnemen (herkennen)
    the noticing; the detecting; the discerning

Vertaal Matrix voor waarnemen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
detecting herkennen; waarnemen
discerning herkennen; waarnemen herkennen; thuisbrengen
notice bekijks; congé; convocatie; huuropzegging; informatie; kennisgeving; mededeling; opheldering; toelichting; uiteenzetting; uitleg; verduidelijking; verklaring; verwittiging
noticing herkennen; waarnemen
observe aanschouwen; observeren; zien
sense bedoeling; beduidenis; beduiding; betekenis; bezinning; brein; denkvermogen; geest; hersens; inkeer; ratio; strekking; tendens; vernuft; verstand
signal geluidssein; geluidssignaal; sein; signaal; teken; wenk
view aanblik; aanzicht; aspect; begrip; benul; bezichtigen; bezichtiging; denkbeeld; doorkijk; facet; gezicht; gezichtshoek; gezichtspunt; gezindheid; idee; interpretatie; invalshoek; inzicht; kijk; lezing; mening; meningsuiting; mentale voorstelling; oogpunt; oordeel; opinie; opvatting; opzicht; overtuiging; panorama; perspectief; prospect; standpunt; uitzicht; vaststaande mening; vergezicht; verreikend uitzicht; visie; vue; weergave; zicht; zienswijs; zienswijze
watch bewaking; controle; hoede; horloge; op wacht staan; surveillance
witness getuige; getuige voor de rechtbank; kroongetuige; omstander; toeschouwer
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
attend bekijken; gadeslaan; gewaarworden; horen; merken; observeren; signaleren; voelen; waarnemen; zien aandachtig luisteren; aanwezig zijn; assisteren; bijspringen; bijstaan; bijwonen; helpen; ondersteunen; opdagen; opduiken; opkomen; opletten; seconderen; toeluisteren; verschijnen; weldoen
feel bemerken; bespeuren; gewaarworden; merken; ontwaren; voelen; waarnemen; zien beleven; betasten; bevoelen; ervaren; gewaarworden; iets voelen; inleven; invoelen; meeleven; ondervinden; voelen
look at bekijken; gadeslaan; kijken; observeren; waarnemen; zien aanblikken; aankijken; aanschouwen; aanzien; bekijken; bezichtigen; bezien; inspecteren; kijken naar
notice bemerken; bespeuren; gewaarworden; merken; ontwaren; opmerken; signaleren; voelen; waarnemen; zien aanschouwen; bekijken; bekrachtigen; bemerken; bestempelen; certificeren; gewaarworden; kijken; merken; onderscheiden; ontwaren; opmerken; staren; te zien krijgen; turen; uit elkaar houden; uiteenhouden; waarmerken; zien
observe bekijken; bemerken; bespeuren; gadeslaan; gewaarworden; horen; kijken; merken; observeren; ontwaren; opmerken; signaleren; voelen; waarnemen; zien aankijken; bekijken; gadeslaan; in de gaten houden; in het oog houden; opdagen; opduiken; opkomen; opletten; toekijken; toeschouwen; toezien; verschijnen
perceive bekijken; bemerken; bespeuren; gadeslaan; gewaarworden; horen; merken; observeren; ontwaren; signaleren; voelen; waarnemen; zien aanschouwen; bekijken; gewaarworden; kijken; onderscheiden; ontwaren; opmerken; staren; te zien krijgen; turen; uit elkaar houden; uiteenhouden; zien
see bekijken; bemerken; bespeuren; gadeslaan; gewaarworden; kijken; merken; observeren; ontwaren; voelen; waarnemen; zien aanschouwen; bekijken; bezichtigen; bezien; gewaarworden; kijken; onderscheiden; ontwaren; opmerken; staren; te zien krijgen; turen; uit elkaar houden; uiteenhouden; visualiseren; zien
sense bemerken; bespeuren; gewaarworden; merken; ontwaren; voelen; waarnemen; zien aanvoelen; gewaarworden; lucht krijgen van; onderscheiden; ontwaren; te zien krijgen; uit elkaar houden; uiteenhouden; voorvoelen
signal bemerken; gewaarworden; merken; opmerken; signaleren; waarnemen attenderen; bekrachtigen; bestempelen; certificeren; merken; seinen; signalen geven; waarmerken; wijzen
spectate bekijken; gadeslaan; kijken; observeren; waarnemen; zien in de gaten houden; in het oog houden; opletten; toezien
view bekijken; gadeslaan; kijken; observeren; waarnemen; zien aanblikken; aankijken; aanschouwen; aanzien; bekijken; bezichtigen; bezien; controleren; examineren; inspecteren; keuren; schouwen; weergeven
watch bekijken; gadeslaan; kijken; observeren; waarnemen; zien aanblikken; aandacht erbij houden; aankijken; aanzien; begluren; bekijken; bewaken; bezichtigen; blikken; blikken werpen; gadeslaan; gluren; in de gaten houden; in het oog houden; inspecteren; kijken; opletten; oppassen; patrouilleren; schouwen; surveilleren; toekijken; toeschouwen; toezicht houden; toezien; uitkijken; volgen; voorzichtig zijn; waken; wakker blijven
witness bekijken; gadeslaan; gewaarworden; horen; merken; observeren; signaleren; voelen; waarnemen; zien aanwezig zijn; bijwonen; getuigen van; laten blijken; laten zien; meemaken; opdagen; opduiken; opkomen; verschijnen
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
sense sensueel; wulps; zinlijk; zintuiglijke

Wiktionary: waarnemen

waarnemen
verb
  1. iets via de zintuigen in zich opnemen.
waarnemen
noun
  1. recording an event; the record of such noting
verb
  1. to understand
  2. use biological senses

Cross Translation:
FromToVia
waarnemen conserve; keep; preserve; protect gaumen — (transitiv), Schweiz: nicht antasten lassen, schützen, verteidigen
waarnemen keep; mind; observe; comply; mark; obey; respect; watch; abide; abide by observer — Traductions à trier suivant le sens
waarnemen find; notice; perceive; discern percevoir — Traductions à trier suivant le sens
waarnemen grasp; get saisir — Discerner, comprendre.