Nederlands
Uitgebreide vertaling voor baren (Nederlands) in het Spaans
baren:
-
baren (bevallen; voortbrengen; ter wereld brengen)
Conjugations for baren:
o.t.t.
- baar
- baart
- baart
- baren
- baren
- baren
o.v.t.
- baarde
- baarde
- baarde
- baarden
- baarden
- baarden
v.t.t.
- heb gebaard
- hebt gebaard
- heeft gebaard
- hebben gebaard
- hebben gebaard
- hebben gebaard
v.v.t.
- had gebaard
- had gebaard
- had gebaard
- hadden gebaard
- hadden gebaard
- hadden gebaard
o.t.t.t.
- zal baren
- zult baren
- zal baren
- zullen baren
- zullen baren
- zullen baren
o.v.t.t.
- zou baren
- zou baren
- zou baren
- zouden baren
- zouden baren
- zouden baren
diversen
- baar!
- baart!
- gebaard
- barende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Verwante woorden van "baren":
bar:
-
bar (onbegroeid)
-
bar (armzalig; ellendig; erg; rampzalig; deerniswekkend; erbarmelijk)
miserable; terrible; abominable; triste; lamentable; deplorable; pobre; mísero-
miserable bijvoeglijk naamwoord
-
terrible bijvoeglijk naamwoord
-
abominable bijvoeglijk naamwoord
-
triste bijvoeglijk naamwoord
-
lamentable bijvoeglijk naamwoord
-
deplorable bijvoeglijk naamwoord
-
pobre bijvoeglijk naamwoord
-
mísero bijvoeglijk naamwoord
-
Verwante woorden van "bar":
Synoniemen voor "bar":
Verwante definities voor "bar":
Computer vertaling door derden:
Images: