Overzicht
Nederlands naar Spaans: Meer gegevens...
-
dun:
- flaco; pequeña; menudo; pobre; suelto; frágil; magro; delgaducho; escaso; tacaño; pequeño; mediocre; minúsculo; poco resistente; fino; flojo; reducido; nulo; parco; enjuto; exiguo; ralo; insignificante; escuálido; mísero; frugal; enrarecido; poco espeso; sin fuerza; poco denso; delgado; tierno; delicado; esbelto; de constitución fina; ligero de postura
- dunnen:
Nederlands
Uitgebreide vertaling voor dun (Nederlands) in het Spaans
dun:
-
dun (geen vet op de botten hebbende; mager; schraal; iel; schriel)
flaco; pequeña; menudo; pobre; suelto; frágil; magro; delgaducho; escaso; tacaño; pequeño; mediocre; minúsculo; poco resistente; fino; flojo; reducido; nulo; parco; enjuto; exiguo; ralo; insignificante; escuálido; mísero; frugal; enrarecido; poco espeso; sin fuerza-
flaco bijvoeglijk naamwoord
-
pequeña bijvoeglijk naamwoord
-
menudo bijvoeglijk naamwoord
-
pobre bijvoeglijk naamwoord
-
suelto bijvoeglijk naamwoord
-
frágil bijvoeglijk naamwoord
-
magro bijvoeglijk naamwoord
-
delgaducho bijvoeglijk naamwoord
-
escaso bijvoeglijk naamwoord
-
tacaño bijvoeglijk naamwoord
-
pequeño bijvoeglijk naamwoord
-
mediocre bijvoeglijk naamwoord
-
minúsculo bijvoeglijk naamwoord
-
poco resistente bijvoeglijk naamwoord
-
fino bijvoeglijk naamwoord
-
flojo bijvoeglijk naamwoord
-
reducido bijvoeglijk naamwoord
-
nulo bijvoeglijk naamwoord
-
parco bijvoeglijk naamwoord
-
enjuto bijvoeglijk naamwoord
-
exiguo bijvoeglijk naamwoord
-
ralo bijvoeglijk naamwoord
-
insignificante bijvoeglijk naamwoord
-
escuálido bijvoeglijk naamwoord
-
mísero bijvoeglijk naamwoord
-
frugal bijvoeglijk naamwoord
-
enrarecido bijvoeglijk naamwoord
-
poco espeso bijvoeglijk naamwoord
-
sin fuerza bijvoeglijk naamwoord
-
-
dun (van geringe dichtheid; ijl)
-
dun (fijngebouwd; slank; tenger; fijn; rank)
delgado; tierno; delicado; fino; esbelto; de constitución fina; poco espeso; flaco; frágil; ligero de postura; magro; delgaducho-
delgado bijvoeglijk naamwoord
-
tierno bijvoeglijk naamwoord
-
delicado bijvoeglijk naamwoord
-
fino bijvoeglijk naamwoord
-
esbelto bijvoeglijk naamwoord
-
de constitución fina bijvoeglijk naamwoord
-
poco espeso bijvoeglijk naamwoord
-
flaco bijvoeglijk naamwoord
-
frágil bijvoeglijk naamwoord
-
ligero de postura bijvoeglijk naamwoord
-
magro bijvoeglijk naamwoord
-
delgaducho bijvoeglijk naamwoord
-
Verwante woorden van "dun":
Synoniemen voor "dun":
Antoniemen voor "dun":
Verwante definities voor "dun":
dun vorm van dunnen:
-
dunnen (minder talrijk maken; decimeren)
cortar profusamente-
cortar profusamente werkwoord
-
Conjugations for dunnen:
o.t.t.
- dun
- dunt
- dunt
- dunnen
- dunnen
- dunnen
o.v.t.
- dunde
- dunde
- dunde
- dunden
- dunden
- dunden
v.t.t.
- ben gedund
- bent gedund
- is gedund
- zijn gedund
- zijn gedund
- zijn gedund
v.v.t.
- was gedund
- was gedund
- was gedund
- waren gedund
- waren gedund
- waren gedund
o.t.t.t.
- zal dunnen
- zult dunnen
- zal dunnen
- zullen dunnen
- zullen dunnen
- zullen dunnen
o.v.t.t.
- zou dunnen
- zou dunnen
- zou dunnen
- zouden dunnen
- zouden dunnen
- zouden dunnen
diversen
- dun!
- dunt!
- gedund
- dunnend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Computer vertaling door derden:
Images: