Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. focus:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor focus (Nederlands) in het Spaans

focus:

focus [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de focus (brandpunt)
    el foco; el punto de combustión
  2. de focus
    el foco
    • foco [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor focus:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
foco brandpunt; focus haard; haardstede; haardstee; stookplaats; verstraler; vuurhaard
punto de combustión brandpunt; focus

Verwante woorden van "focus":


Wiktionary: focus


Cross Translation:
FromToVia
focus foco; punto focal focus — in optics
focus foco focus — in mathematics
focus foco de atención focus — concentration of attention