Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. initiëren:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor initiëren (Nederlands) in het Spaans

initiëren:

initiëren werkwoord

  1. initiëren (op gang brengen)
    establecer; iniciar; acondicionar; implantar; fundar; instalar; poner en marcha; incoar; poner en movimiento; crear; formar; enfocar; introducir; encaminarse

Vertaal Matrix voor initiëren:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
iniciar aansnijden; entameren
introducir erin brengen; inbrengen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
acondicionar initiëren; op gang brengen afstemmen; instellen
crear initiëren; op gang brengen aanstellen; benoemen; bouwen; concipiëren; construeren; formeren; in het leven roepen; installeren; maken; ontwerpen; scheppen
encaminarse initiëren; op gang brengen afketsen; afstemmen; afwijzen; terugwijzen; verweren; verwerpen; wegstemmen
enfocar initiëren; op gang brengen aanpakken; aanvatten; accommoderen; afstellen; afstemmen; belichten; focussen; met licht beschijnen; scherp stellen; scherp zetten
establecer initiëren; op gang brengen aanstellen; arrangeren; benoemen; bepalen; bouwen; construeren; determineren; iets op touw zetten; inrichten; installeren; instellen; invoeren; koloniseren; oprichten; optrekken; overeindzetten; plaats toekennen; plaatsen; regelen; settelen; stichten; vaststellen; vestigen
formar initiëren; op gang brengen aanstellen; afketsen; afstemmen; afwijzen; arrangeren; benoemen; bijbrengen; boetseren; formeren; iets op touw zetten; in het leven roepen; installeren; instellen; kneden; leren; maken; modelleren; onderwijzen; opleiden; regelen; scheppen; scholen; terugwijzen; vervaardigen; verweren; verwerpen; vorm geven; vormen; vormgeven; wegstemmen
fundar initiëren; op gang brengen aarden; arrangeren; begronden; bouwen; construeren; funderen; gronden; grondvesten; iets op touw zetten; instellen; invoeren; koloniseren; onderbouwen; onderheien; oprichten; regelen; settelen; stichten; vestigen
implantar initiëren; op gang brengen implanteren; in de grond zetten; inplanten; planten; poten
incoar initiëren; op gang brengen
iniciar initiëren; op gang brengen aanbinden; aanbreken; aangaan; aanknopen; aanvangen; aanwenden; arrangeren; beginnen; benutten; bezigen; een begin nemen; gang maken; gangmaken; gebruik maken van; gebruiken; hanteren; hard draven; iets op touw zetten; in werking stellen; inleiden; inwerken; inzet tonen; inzetten; ondernemen; openen; opstarten; prepareren; regelen; starten; toepassen; van start gaan; voorbereiden op
instalar initiëren; op gang brengen aanbinden; aanknopen; aanstellen; afstemmen; beginnen; benoemen; inaugureren; inhuldigen; inrichten; installeren; instellen; inwijden; plaatsen; plechtig bevestigen; posten; posteren; stationeren
introducir initiëren; op gang brengen bezigen; gebruik maken van; gebruiken; hanteren; inbrengen; introduceren; invoegen; invoeren; kennis laten maken; voorstellen
poner en marcha initiëren; op gang brengen aanbinden; aandoen; aandraaien; aanknopen; aanmaken; aanzetten; beginnen; in werking stellen; inschakelen; motiveren; opstarten; starten
poner en movimiento initiëren; op gang brengen beroeren; bewegen; in beweging brengen; verroeren

Wiktionary: initiëren

initiëren
verb
  1. inwijden, invoeren

Cross Translation:
FromToVia
initiëren desencadenar trigger — to initiate something