Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. interest:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor interest (Nederlands) in het Spaans

interest:

interest [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de interest (rente)
    la renta
    • renta [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor interest:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
renta interest; rente grondpacht; huuropbrengst; inkomen; inkomen uit onderneming; inkomsten; loon; ontvangsten; salaris; verdiensten

Verwante woorden van "interest":

  • interesten

Wiktionary: interest


Cross Translation:
FromToVia
interest interés interest — the price of credit
interest interés Zins — Entgelt für die Überlassung von Kapital
interest provecho; ventaja; interés; importancia intérêt — Ce qui importer, ce qui convient, en quelque manière que ce soit, à l’utilité, à l’avantage d’une personne ou d’une collectivité, d’un individu ou d’une personne morale, en ce qui concerner soit leur bien physique et matériel, soit leur bien