Remove Ads

Nederlands

Uitgebreide vertaling voor opgeven (Nederlands) in het Spaans

opgeven:

opgeven werkwoord (geef op, geeft op, gaf op, gaven op, opgegeven)

  1. opgeven (inschrijven)
    inscribir; registrar; entregar; renunciar a; escupir; desahuciar
  2. opgeven (stoppen; afhaken; ophouden; )
    dejar; dejar de; abandonar; retirarse; salir de; quedar eliminado; parar; desprenderse; desenganchar; salir; soltar; desvincular; desentenderse; desemprender
  3. opgeven (ermee uitscheiden; ophouden; stoppen; staken; uitscheiden)
    parar; terminar; abandonar; suspender; renunciar a; empatar; prescendir de; excretar
  4. opgeven (subscriberen; aanmelden; inschrijven; intekenen)
  5. opgeven (capituleren; zich overgeven)
    rendirse; entregarse; capitular
  6. opgeven (de brui geven aan)
  7. opgeven (prijsgeven; opofferen)
    ofrecer; sacrificar; inmolar; ofrendar
  8. opgeven (capituleren; zich overgeven; overgeven; uitleveren)
    devolver; entregar a; enviar; mandar; remitir; retransmitir
  9. opgeven (hoop opgeven)

Conjugations for opgeven:

o.t.t.
  1. geef op
  2. geeft op
  3. geeft op
  4. geven op
  5. geven op
  6. geven op
o.v.t.
  1. gaf op
  2. gaf op
  3. gaf op
  4. gaven op
  5. gaven op
  6. gaven op
v.t.t.
  1. heb opgegeven
  2. hebt opgegeven
  3. heeft opgegeven
  4. hebben opgegeven
  5. hebben opgegeven
  6. hebben opgegeven
v.v.t.
  1. had opgegeven
  2. had opgegeven
  3. had opgegeven
  4. hadden opgegeven
  5. hadden opgegeven
  6. hadden opgegeven
o.t.t.t.
  1. zal opgeven
  2. zult opgeven
  3. zal opgeven
  4. zullen opgeven
  5. zullen opgeven
  6. zullen opgeven
o.v.t.t.
  1. zou opgeven
  2. zou opgeven
  3. zou opgeven
  4. zouden opgeven
  5. zouden opgeven
  6. zouden opgeven
en verder
  1. ben opgegeven
  2. bent opgegeven
  3. is opgegeven
  4. zijn opgegeven
  5. zijn opgegeven
  6. zijn opgegeven
diversen
  1. geef op!
  2. geeft op!
  3. opgegeven
  4. opgevend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

opgeven [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. opgeven (aanvragen)
    el solicitar

Synoniemen voor "opgeven":


Antoniemen voor "opgeven":


Verwante definities voor "opgeven":

  1. zeggen dat je eraan mee wilt doen1
    • hij gaf zich op voor de wedstrijd1
  2. ermee ophouden1
    • na twee keer proberen gaf hij het spel al op1
  3. als verloren beschouwen1
    • de zieke is opgegeven, hij wordt niet meer beter1
  4. het noemen1
    • wilt u uw naam en adres opgeven?1
  5. het uitspuwen1
    • hij gaf bloed op1
  6. opdragen als taak1
    • hij gaf een massa huiswerk op1

Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van opgeven



Remove Ads

Remove Ads