Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. rechtschapene:
  2. rechtschapen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor rechtschapene (Nederlands) in het Spaans

rechtschapene:

rechtschapene [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. rechtschapene (eerlijke)
    el honesto; el justo; el honrado
    • honesto [el ~] zelfstandig naamwoord
    • justo [el ~] zelfstandig naamwoord
    • honrado [el ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor rechtschapene:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
honesto eerlijke; rechtschapene
honrado eerlijke; rechtschapene
justo eerlijke; rechtschapene rechtvaardige
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
justo precies goed
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
honesto betamelijk; betrouwbaar; braaf; braafjes; degelijk; degelijke; deugdelijk; deugdzaam; echt; eerbaar; eerlijk; eerzaam; fair; fatsoenlijk; fideel; gedegen; geschikt; in hart en nieren; integer; keurig; kies; kuis; net; netjes; onbesproken; ongeveinsd; onkreukbaar; open; openhartig; oprecht; ordentelijk; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig; rein; respectabel; rondborstig; schoon; tof; trouwhartig; van goede hoedanigheid; welgevoeglijk; welvoeglijk; zedig
honrado braaf; contemplatief; deugdzaam; eerbaar; eerlijk; eerzaam; fair; fatsoenlijk; fideel; getrouw; keurig; kies; loyaal; netjes; open; openhartig; oprecht; ordentelijk; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig; respectabel; rondborstig; trouw; trouwhartig; zedig
justo afgepast; billijk; contemplatief; correct; eerlijk; fair; ferm; fideel; fiks; flink; gegrond; geldig; gepast; gerechtvaardigd; geschikt; gewettigd; goed; juist; keurig; kuis; net; net aan; netjes; openhartig; oprecht; precies; rechtmatig; rechtvaardig; redelijk; rein; rondborstig; schappelijk; schoon; stevig; terecht; trouwhartig; valide; wetmatig; wettig

Verwante woorden van "rechtschapene":


rechtschapen:

rechtschapen bijvoeglijk naamwoord

  1. rechtschapen (rechtvaardig; eerlijk; braaf; rechtgeaard)
    sincero; honrado; fiel; recto; leal; bueno; honesto
    • sincero bijvoeglijk naamwoord
    • honrado bijvoeglijk naamwoord
    • fiel bijvoeglijk naamwoord
    • recto bijvoeglijk naamwoord
    • leal bijvoeglijk naamwoord
    • bueno bijvoeglijk naamwoord
    • honesto bijvoeglijk naamwoord
  2. rechtschapen (oprecht; eerlijk; open)
    sincero; honesto; correcto; íntegro; honrado
  3. rechtschapen (integer; onbesproken; onkreukbaar)
    honesto; recto; íntegro; intachable

Vertaal Matrix voor rechtschapen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fiel godsdienstige; godvruchtige; vrome
honesto eerlijke; rechtschapene
honrado eerlijke; rechtschapene
recto endeldarm
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bueno braaf; eerlijk; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig aangenaam; aanlokkelijk; aantrekkelijk; aardig; aimabel; attent; attractief; behulpzaam; bekoorlijk; bevallig; braaf; braafjes; charmant; correct; deugdzaam; fijn; goddelijk; goed; goedaardig; goedhartig; heerlijk; hemels; hulpvaardig; juist; knap; lekker; lief; momenteel; mooi; nou; nu; op dit moment; paradijselijk; plezierig; precies; prettig; smakelijk; subtiel; tegenwoordig; tja; verlokkend; verrukkelijk; voorbeeldig; voorkomend; vriendelijk; zachtaardig; zalig; ziezo; zoet
correcto eerlijk; open; oprecht; rechtschapen beschaafd; chic; correct; deugdzaam; eerlijk; eerzaam; elegant; esthetisch; fair; fatsoenlijk; foutloos; gepast; goed; juist; keurig; modieuze verfijning; netjes; netto; onbelast; onberispelijk; onbesproken; onvermengd; onversneden; ordentelijk; perfect; precies; puur; sec; smaakvol; stijlvol; terdege; verfijnd; volmaakt; wel degelijk; welgemanierd; welopgevoed; zedig; zuiver
fiel braaf; eerlijk; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig eerlijk; expressief; fideel; getrouw; getrouwe; loyaal; loyale; natuurgetrouw; openhartig; oprecht; realistisch; rondborstig; sprekend; trouw; trouwe; trouwhartig; vol uitdrukking; waarheidsgetrouw
honesto braaf; eerlijk; integer; onbesproken; onkreukbaar; open; oprecht; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig betamelijk; betrouwbaar; braafjes; degelijk; degelijke; deugdelijk; deugdzaam; echt; eerbaar; eerlijk; eerzaam; fair; fatsoenlijk; fideel; gedegen; geschikt; in hart en nieren; keurig; kies; kuis; net; netjes; ongeveinsd; openhartig; oprecht; ordentelijk; rechtgeaard; rein; respectabel; rondborstig; schoon; tof; trouwhartig; van goede hoedanigheid; welgevoeglijk; welvoeglijk; zedig
honrado braaf; eerlijk; open; oprecht; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig contemplatief; deugdzaam; eerbaar; eerlijk; eerzaam; fair; fatsoenlijk; fideel; getrouw; keurig; kies; loyaal; netjes; openhartig; oprecht; ordentelijk; respectabel; rondborstig; trouw; trouwhartig; zedig
intachable integer; onbesproken; onkreukbaar; rechtschapen correct; keurig; onberispelijk; onbesproken; onbezoedeld
leal braaf; eerlijk; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig eerlijk; fideel; getrouw; getrouwe; loyaal; loyale; openhartig; oprecht; rondborstig; toegewijd; trouw; trouwe; trouwhartig
recto braaf; eerlijk; integer; onbesproken; onkreukbaar; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig direct; duidelijk; eerlijk; fideel; kaarsrecht; lijnrecht; linea recta; loodrecht; openhartig; oprecht; recht; recht door zee; rechtstreeks; regelrecht; rondborstig; trouwhartig
sincero braaf; eerlijk; open; oprecht; rechtgeaard; rechtschapen; rechtvaardig diep; diepgevoeld; echt; eerlijk; fair; fideel; gemeend; goedbedoeld; innig; intens; intensief; intiem; menens; onbewimpeld; ongeveinsd; onomwonden; onverholen; open; openhartig; oprecht; rondborstig; ronduit; trouwhartig; van harte; vertrouwelijk; volmondig; vrij; vrijelijk; vrijuit; welgemeend
íntegro eerlijk; integer; onbesproken; onkreukbaar; open; oprecht; rechtschapen eerlijk; faliekant; fideel; finaal; gaaf; hartstikke; helemaal; maagdelijk; onaangebroken; onaangeraakt; onaangeroerd; onaangetast; onbeschadigd; ongebruikt; ongeopend; ongerept; onverkort; openhartig; oprecht; puntgaaf; puur; rondborstig; trouwhartig; vierkant; virginaal; volstrekt; zuiver

Verwante woorden van "rechtschapen":


Wiktionary: rechtschapen


Cross Translation:
FromToVia
rechtschapen justo; equitativo fair — just, equitable