Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. scherpte:
  2. scherpen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor scherpte (Nederlands) in het Spaans

scherpte:

scherpte [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de scherpte (snijkant)
    el filo; el lado cortante
  2. de scherpte (puntig zijn; puntigheid; spitsheid; scherpheid)
    la acritud; la habilidad; la astucia; la agudeza; la aspereza; la sagacidad; la listeza; la agudez
    • acritud [la ~] zelfstandig naamwoord
    • habilidad [la ~] zelfstandig naamwoord
    • astucia [la ~] zelfstandig naamwoord
    • agudeza [la ~] zelfstandig naamwoord
    • aspereza [la ~] zelfstandig naamwoord
    • sagacidad [la ~] zelfstandig naamwoord
    • listeza [la ~] zelfstandig naamwoord
    • agudez [la ~] zelfstandig naamwoord
  3. de scherpte (scherpzinnigheid; spitsvondigheid; scherpheid; schranderheid; spitsheid)
    la perspicacia; la agudeza; la sutileza; la sagacidad
  4. de scherpte (in vorm zijn)
    la enforma
    • enforma [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor scherpte:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
acritud puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; spitsheid bitsheid; bitsigheid; felheid; geslepenheid; gewiekstheid; heftigheid; hevigheid; intensiteit; kattigheid; kracht; pinnigheid; vinnigheid
agudez puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; spitsheid geslepenheid; gewiekstheid
agudeza puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; scherpzinnigheid; schranderheid; spitsheid; spitsvondigheid adremheid; bij de pinken zijn; bijdehandheid; bitsheid; bitsigheid; brein; canard; doorzicht; geslepenheid; gevatheid; gewiekstheid; goed werkend oog; goochemheid; grap; grol; hersens; intelligentie; inzicht; kattigheid; kwinkslag; pienterheid; scherpziendheid; scherts; schranderheid; slagvaardigheid; slimheid; snedigheid; uitgeslapenheid; verstand; vinnigheid
aspereza puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; spitsheid barsheid; bitsheid; bitsigheid; felheid; grofheid; heftigheid; hevigheid; intensiteit; kattigheid; kracht; ruigheid; ruw van makelij; snibbigheid; vinnigheid
astucia puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; spitsheid adremheid; arglist; arglistigheid; bij de pinken zijn; bijdehandheid; doortraptheid; geraffineerdheid; geslepenheid; gevatheid; gewiekstheid; gladheid; goochemheid; intelligentie; leepheid; linkheid; list; listigheid; pienterheid; raffinement; schranderheid; slimheid; slimmigheid; sluwe streek; sluwheid; snedigheid; snoodheid; spitsvondigheid; uitgeslapenheid; valsheid
enforma in vorm zijn; scherpte
filo scherpte; snijkant inkeping; inkerving; keep; kerf; scherpe boog
habilidad puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; spitsheid adremheid; bedrevenheid; bijdehandheid; doortraptheid; ervaring; geraffineerdheid; geslepenheid; gevatheid; gewiekstheid; gladheid; handigheid; handvaardigheid; kneep; kunde; kundigheid; kunst; leepheid; listigheid; ondervinden; ondervinding; praktijk; routine; slag; sluwheid; snedigheid; snoodheid; strijd; toer; truc; vaardigheid met de hand; veldslag
lado cortante scherpte; snijkant scherpe bocht; scherpe boog
listeza puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; spitsheid adremheid; arglist; arglistigheid; bij de pinken zijn; bijdehandheid; brein; doortraptheid; geraffineerdheid; geslepenheid; gevatheid; gewiekstheid; gladheid; goochemheid; hersens; intelligentie; leepheid; linkheid; listigheid; pienterheid; raffinement; schranderheid; slimheid; slimmigheid; sluwheid; snedigheid; snoodheid; spitsvondigheid; uitgeslapenheid; verstand
perspicacia scherpheid; scherpte; scherpzinnigheid; schranderheid; spitsheid; spitsvondigheid adremheid; bewustzijn; bij de pinken zijn; bijdehandheid; brein; doorzicht; geraffineerdheid; gevatheid; goed werkend oog; hersens; intelligentie; inzicht; leepheid; pienterheid; raffinement; rede; scherpziendheid; schranderheid; slimheid; snedigheid; verstand
sagacidad puntig zijn; puntigheid; scherpheid; scherpte; scherpzinnigheid; schranderheid; spitsheid; spitsvondigheid adremheid; arglist; arglistigheid; bij de pinken zijn; bijdehandheid; brein; doortraptheid; doorzicht; geraffineerdheid; geslepenheid; gevatheid; gewiekstheid; goed werkend oog; hersens; intelligentie; inzicht; leepheid; linkheid; listigheid; raffinement; scherpziendheid; slimheid; slimmigheid; sluwheid; snedigheid; spitsvondigheid; verstand
sutileza scherpheid; scherpte; scherpzinnigheid; schranderheid; spitsheid; spitsvondigheid geraffineerdheid; leepheid; raffinement; subtiliteit; verfijnd onderscheid; verfijndheid

Verwante woorden van "scherpte":

  • scherptes

Wiktionary: scherpte


Cross Translation:
FromToVia
scherpte acuidad; agudeza acuity — sharpness or acuteness
scherpte acrimonia acrimonieagressivité verbale due à une mauvaise humeur.
scherpte agudeza; acrimonia acuitéqualité de ce qui est aigu.
scherpte acrimonia finessequalité de ce qui est fin, délié ou menu.
scherpte acrimonia; amargura âcretéqualité de ce qui est âcre.
scherpte acrimonia âpretéqualité de ce qui est âpre.

scherpte vorm van scherpen:

scherpen werkwoord (scherp, scherpt, scherpte, scherpten, gescherpt)

  1. scherpen (wetten; slijpen; aanzetten)
    afilar

Conjugations for scherpen:

o.t.t.
  1. scherp
  2. scherpt
  3. scherpt
  4. scherpen
  5. scherpen
  6. scherpen
o.v.t.
  1. scherpte
  2. scherpte
  3. scherpte
  4. scherpten
  5. scherpten
  6. scherpten
v.t.t.
  1. heb gescherpt
  2. hebt gescherpt
  3. heeft gescherpt
  4. hebben gescherpt
  5. hebben gescherpt
  6. hebben gescherpt
v.v.t.
  1. had gescherpt
  2. had gescherpt
  3. had gescherpt
  4. hadden gescherpt
  5. hadden gescherpt
  6. hadden gescherpt
o.t.t.t.
  1. zal scherpen
  2. zult scherpen
  3. zal scherpen
  4. zullen scherpen
  5. zullen scherpen
  6. zullen scherpen
o.v.t.t.
  1. zou scherpen
  2. zou scherpen
  3. zou scherpen
  4. zouden scherpen
  5. zouden scherpen
  6. zouden scherpen
en verder
  1. ben gescherpt
  2. bent gescherpt
  3. is gescherpt
  4. zijn gescherpt
  5. zijn gescherpt
  6. zijn gescherpt
diversen
  1. scherp!
  2. scherpt!
  3. gescherpt
  4. scherpend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor scherpen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afilar slijpen; wegslijpen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
afilar aanzetten; scherpen; slijpen; wetten aandoen; aanmaken; aanslijpen; aanzetten; afslijpen; erafslijpen; inschakelen; motiveren; slijpen; spitsen; starten

Wiktionary: scherpen


Cross Translation:
FromToVia
scherpen afilar sharpen — to make sharp
scherpen afilar whet — hone or rub on with some substance for the purpose of sharpening
scherpen afilar affileraiguiser le tranchant émousser ou ébrécher d’un instrument, lui donner le fil.
scherpen afilar; agudizar aiguiserrendre aigu.