Nederlands
Uitgebreide vertaling voor teer (Nederlands) in het Spaans
teer:
-
de teer (pek)
-
teer (kwetsbaar; zwak; breekbaar; fragiel; broos)
frágil; fácilmente desmenuzable; débil; flojo; sensible; vulnerable; ruinoso; quebradizo; crujiente-
frágil bijvoeglijk naamwoord
-
fácilmente desmenuzable bijvoeglijk naamwoord
-
débil bijvoeglijk naamwoord
-
flojo bijvoeglijk naamwoord
-
sensible bijvoeglijk naamwoord
-
vulnerable bijvoeglijk naamwoord
-
ruinoso bijvoeglijk naamwoord
-
quebradizo bijvoeglijk naamwoord
-
crujiente bijvoeglijk naamwoord
-
-
teer (delicaat; kwetsbaar; teder; frèle; tenger; fijngevoelig; fijn; broos; fragiel; iel; zwak; breekbaar)
-
teer (kwetsbaar)
frágil; delicado; débil; vulnerable; sensible-
frágil bijvoeglijk naamwoord
-
delicado bijvoeglijk naamwoord
-
débil bijvoeglijk naamwoord
-
vulnerable bijvoeglijk naamwoord
-
sensible bijvoeglijk naamwoord
-
Verwante woorden van "teer":
Synoniemen voor "teer":
Antoniemen voor "teer":
Verwante definities voor "teer":
teer vorm van teren:
-
teren (met teer besmeren)
embrear; alquitranar; bañar con alquitrán-
embrear werkwoord
-
alquitranar werkwoord
-
bañar con alquitrán werkwoord
-
Conjugations for teren:
o.t.t.
- teer
- teert
- teert
- teren
- teren
- teren
o.v.t.
- teerde
- teerde
- teerde
- teerden
- teerden
- teerden
v.t.t.
- heb geteerd
- hebt geteerd
- heeft geteerd
- hebben geteerd
- hebben geteerd
- hebben geteerd
v.v.t.
- had geteerd
- had geteerd
- had geteerd
- hadden geteerd
- hadden geteerd
- hadden geteerd
o.t.t.t.
- zal teren
- zult teren
- zal teren
- zullen teren
- zullen teren
- zullen teren
o.v.t.t.
- zou teren
- zou teren
- zou teren
- zouden teren
- zouden teren
- zouden teren
en verder
- ben geteerd
- bent geteerd
- is geteerd
- zijn geteerd
- zijn geteerd
- zijn geteerd
diversen
- teer!
- teert!
- geteerd
- terend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
teren (met teer insmeren)
-
teren (met teer ingesmeerd)
Computer vertaling door derden:
Images: