Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. vanaf nu:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor vanaf nu (Nederlands) in het Spaans

vanaf nu:

vanaf nu bijvoeglijk naamwoord

  1. vanaf nu (van; vanuit; uit)
    concluido; apagado; anticuado; extinguido

Vertaal Matrix voor vanaf nu:

Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
apagado uit; van; vanaf nu; vanuit afsluitings-; beslagen; bleek; dof; effen; egaal; eruit; flets; futloos; geblust; gedempt; gelijk; geslepen; glad; glansloos; grauw; halfluid; ingetogen; kleurloos; lamlendig; lusteloos; mat; mistroostig; niet helder; oververmoeid; plat; slap; somber; stemmig; strak; triest; troosteloos; uitgeblust; vlak; vlakuit; vreugdeloos
Not SpecifiedVerwante vertalingenAndere vertalingen
apagado afsluiten
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
anticuado uit; van; vanaf nu; vanuit achterlijk; antiek; eruit; muf; oeroud; onmodern; oubakken; oubollig; oud; oudbakken; oude; ouderwets; ouderwetse; passé; plat; verouderd; verschaald; voorvaderlijk
concluido uit; van; vanaf nu; vanuit af; afgelopen; beëindigd; gedaan; gepleegd; gereed; geëindigd; klaar; over; uit; voltooid; voorbij
extinguido uit; van; vanaf nu; vanuit afgestorven; dood; doodgegaan; eruit; gestorven; heengegaan; overleden; uitgestorven

Verwante vertalingen van vanaf nu