Nederlands
Uitgebreide vertaling voor weren (Nederlands) in het Spaans
weren:
Conjugations for weren:
o.t.t.
- weer
- weert
- weert
- weren
- weren
- weren
o.v.t.
- weerde
- weerde
- weerde
- weerden
- weerden
- weerden
v.t.t.
- heb geweerd
- hebt geweerd
- heeft geweerd
- hebben geweerd
- hebben geweerd
- hebben geweerd
v.v.t.
- had geweerd
- had geweerd
- had geweerd
- hadden geweerd
- hadden geweerd
- hadden geweerd
o.t.t.t.
- zal weren
- zult weren
- zal weren
- zullen weren
- zullen weren
- zullen weren
o.v.t.t.
- zou weren
- zou weren
- zou weren
- zouden weren
- zouden weren
- zouden weren
diversen
- weer!
- weert!
- geweerd
- werend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
het weren (verdedigen; afweren; verweren)
Verwante woorden van "weren":
weer:
-
weer (nogmaals; andermaal; opnieuw; wederom)
otra vez; una vez más; de nuevo; por segunda vez-
otra vez bijvoeglijk naamwoord
-
una vez más bijvoeglijk naamwoord
-
de nuevo bijvoeglijk naamwoord
-
por segunda vez bijvoeglijk naamwoord
-
-
weer (opnieuw)
-
weer (weerom; weder)
-
de weer (weersgesteldheid; weersomstandigheden; klimaat)
Verwante woorden van "weer":
Synoniemen voor "weer":
Verwante definities voor "weer":
Computer vertaling door derden:
Images: