Overzicht
Nederlands naar Spaans:   Meer gegevens...
  1. werpen:

Remove Ads

Nederlands

Uitgebreide vertaling voor werpen (Nederlands) in het Spaans

werpen:

werpen werkwoord (werp, werpt, wierp, wierpen, geworpen)

  1. werpen (jongen; ter wereld brengen)
    parir; traer al mundo

Conjugations for werpen:

o.t.t.
  1. werp
  2. werpt
  3. werpt
  4. werpen
  5. werpen
  6. werpen
o.v.t.
  1. wierp
  2. wierp
  3. wierp
  4. wierpen
  5. wierpen
  6. wierpen
v.t.t.
  1. heb geworpen
  2. hebt geworpen
  3. heeft geworpen
  4. hebben geworpen
  5. hebben geworpen
  6. hebben geworpen
v.v.t.
  1. had geworpen
  2. had geworpen
  3. had geworpen
  4. hadden geworpen
  5. hadden geworpen
  6. hadden geworpen
o.t.t.t.
  1. zal werpen
  2. zult werpen
  3. zal werpen
  4. zullen werpen
  5. zullen werpen
  6. zullen werpen
o.v.t.t.
  1. zou werpen
  2. zou werpen
  3. zou werpen
  4. zouden werpen
  5. zouden werpen
  6. zouden werpen
diversen
  1. werp!
  2. werpt!
  3. geworpen
  4. werpend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

werpen [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. werpen (jongen krijgen)
    el parir
    • parir [el ~] zelfstandig naamwoord

Synoniemen voor "werpen":


Antoniemen voor "werpen":


Verwante definities voor "werpen":

  1. met een zwaai uit je hand loslaten zodat het ergens anders terechtkomt1
    • hij werpt zijn jas altijd over een stoel1
  2. jongen ter wereld brengen1
    • onze hond heeft drie jongen geworpen1

Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van werpen



Remove Ads

Remove Ads