Nederlands

Uitgebreide vertaling voor afslachten (Nederlands) in het Frans

afslachten:

afslachten [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. afslachten (afmaken; afslachting; slachting)
    le massacre; la boucherie; l'abattage; l'exécution; le carnage; la tuerie

afslachten werkwoord (slacht af, slachtte af, slachtten af, afgeslacht)

  1. afslachten (vermoorden; afmaken; moorden; )
    assassiner; tuer; couper la gorge à; anéantir; serrer la gorge; exterminer; perfectionner; décharger; égorger
    • assassiner werkwoord (assassine, assassines, assassinons, assassinez, )
    • tuer werkwoord (tue, tues, tuons, tuez, )
    • couper la gorge à werkwoord
    • anéantir werkwoord (anéantis, anéantit, anéantissons, anéantissez, )
    • serrer la gorge werkwoord
    • exterminer werkwoord (extermine, extermines, exterminons, exterminez, )
    • perfectionner werkwoord (perfectionne, perfectionnes, perfectionnons, perfectionnez, )
    • décharger werkwoord (décharge, décharges, déchargons, déchargez, )
    • égorger werkwoord (égorge, égorges, égorgeons, égorgez, )

Conjugations for afslachten:

o.t.t.
  1. slacht af
  2. slacht af
  3. slacht af
  4. slachten af
  5. slachten af
  6. slachten af
o.v.t.
  1. slachtte af
  2. slachtte af
  3. slachtte af
  4. slachtten af
  5. slachtten af
  6. slachtten af
v.t.t.
  1. heb afgeslacht
  2. hebt afgeslacht
  3. heeft afgeslacht
  4. hebben afgeslacht
  5. hebben afgeslacht
  6. hebben afgeslacht
v.v.t.
  1. had afgeslacht
  2. had afgeslacht
  3. had afgeslacht
  4. hadden afgeslacht
  5. hadden afgeslacht
  6. hadden afgeslacht
o.t.t.t.
  1. zal afslachten
  2. zult afslachten
  3. zal afslachten
  4. zullen afslachten
  5. zullen afslachten
  6. zullen afslachten
o.v.t.t.
  1. zou afslachten
  2. zou afslachten
  3. zou afslachten
  4. zouden afslachten
  5. zouden afslachten
  6. zouden afslachten
diversen
  1. slacht af!
  2. slacht af!
  3. afgeslacht
  4. afslachtende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor afslachten:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
abattage afmaken; afslachten; afslachting; slachting afslachting; bloedbad; moordpartij; omzagen; slacht; slachting; slachtpartij; vellen
boucherie afmaken; afslachten; afslachting; slachting abattoir; afslachting; bloedbad; bloedvergieten; moordpartij; slachtbank; slachten van vee; slachterij; slachthuis; slachting; slachtpartij; slachtplaats; slager; slagerij; slagerswinkel; slagerszaak; spekslagerij; varkensslagerij; vleeshouwer; vleeshouwerij
carnage afmaken; afslachten; afslachting; slachting afslachting; bloedbad; bloedvergieten; moordpartij; slachten van vee; slachting; slachtpartij
exécution afmaken; afslachten; afslachting; slachting executie; liquidatie; moord; operatie; prestatie; strafuitvoering; tenuitvoerlegging; terechtstelling; uitvoeren; uitvoering; verrichting; volbrengen; voltrekking; voltrekking van de straf
massacre afmaken; afslachten; afslachting; slachting afslachting; bloedbad; bloedvergieten; moordpartij; slachten van vee; slachting; slachtpartij
tuerie afmaken; afslachten; afslachting; slachting afslachting; bloedbad; moordpartij; slachten van vee; slachting; slachtpartij
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
anéantir afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden afbreken; breken; neerhalen; omverhalen; slopen; uit elkaar halen; uitroeien; verdelgen
assassiner afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden afmaken; doden; doodmaken; doodschieten; doodslaan; doodvonnis uitvoeren; executeren; koudmaken; liquideren; om het leven brengen; ombrengen; uit de weg ruimen; van kant maken; vermoorden
couper la gorge à afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden slachten
décharger afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden aan de dijk zetten; afdanken; afladen; afreageren; afscheiden; afschieten; afvloeien; afvoeren; afvuren; bliksemen; congé geven; dechargeren; ecarteren; eruit gooien; flitsen; iets uitladen; ledigen; leeggieten; leegmaken; leegstorten; lichten; lossen; lozen; luchten; neerhalen; neersabelen; neerschieten; onschuldig verklaren; ontheffen; ontladen; ontslaan; oplichten; schieten; schieten op; schoten lossen; uitgieten; uitladen; uitscheiden; uitschenken; uitstoten; uitsturen; uitwerpen; van zijn positie verdrijven; verzenden; vrijpleiten; vrijspreken; vuren; weerlichten; wegsturen; wegzenden; zuiveren
exterminer afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden uitroeien; verdelgen
perfectionner afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden afmaken; beteren; bijschaven; bijwerken; completeren; corrigeren; goedmaken; herstellen; herzien; perfectioneren; renoveren; repareren; verbeteren; veredelen; verfijnen; vervolledigen; vervolmaken; volledig maken; voltooien
serrer la gorge afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden
tuer afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden afknallen; afmaken; afschieten; doden; doodmaken; doodschieten; doodslaan; doodvonnis uitvoeren; executeren; fusilleren; koudmaken; liquideren; neerschieten; om het leven brengen; ombrengen; overhoopschieten; slachten; uit de weg ruimen; van kant maken; vermoorden
égorger afmaken; afslachten; doden; moorden; om het leven brengen; ombrengen; vermoorden afmaken; de keel toeknijpen; doden; doodmaken; doodschieten; doodslaan; doodvonnis uitvoeren; executeren; liquideren; om het leven brengen; ombrengen; slachten; van kant maken; vermoorden; wurgen
OverVerwante vertalingenAndere vertalingen
égorger kelen