Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. toekomend:
  2. toekomen:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor toekomend (Nederlands) in het Frans

toekomend:

toekomend bijvoeglijk naamwoord

  1. toekomend (aanstaand; toekomstig; aankomend; toekomstige)
    futur; prochain; à venir; entendu; proposé; apprenti; proche; en herbe

Vertaal Matrix voor toekomend:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
apprenti Benjamin; iemand die stage loopt; jonge leerling; jongmaatje; jongste bediende; jongste leerling; krullenjongen; kwekeling; leerjongen; pupil; stagiair
prochain medemens
proche naaste
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
apprenti aankomend; aanstaand; toekomend; toekomstig; toekomstige
en herbe aankomend; aanstaand; toekomend; toekomstig; toekomstige
entendu aankomend; aanstaand; toekomend; toekomstig; toekomstige begrepen; beoogd; voorgenomen
futur aankomend; aanstaand; toekomend; toekomstig; toekomstige komend
prochain aankomend; aanstaand; toekomend; toekomstig; toekomstige aanstaande; aanstonds; direct; eerstvolgend; komend; navolgend; onderstaande; terstond; volgend; volgende
proche aankomend; aanstaand; toekomend; toekomstig; toekomstige aangrenzend; aanpalend; belendend; dichtbij; geallieerd; gerelateerd; in de buurt; nabij; nabije; nabijgelegen; verwant; vlakbij
proposé aankomend; aanstaand; toekomend; toekomstig; toekomstige beoogd; voorgenomen; voorgesteld
à venir aankomend; aanstaand; toekomend; toekomstig; toekomstige aanstaande; eerstvolgend; komend

Wiktionary: toekomend

toekomend
adjective
  1. Qui concerne l’avenir, qui se produira dans l'avenir.

toekomend vorm van toekomen:

toekomen werkwoord (kom toe, komt toe, kwam toe, kwamen toe, toegekomen)

  1. toekomen (verdiend hebben; toekomen aan)
    mériter; revenir; être digne de
    • mériter werkwoord (mérite, mérites, méritons, méritez, )
    • revenir werkwoord (reviens, revient, revenons, revenez, )
    • être digne de werkwoord
  2. toekomen (ten deel vallen; toevallen)
    revenir
    • revenir werkwoord (reviens, revient, revenons, revenez, )

Conjugations for toekomen:

o.t.t.
  1. kom toe
  2. komt toe
  3. komt toe
  4. komen toe
  5. komen toe
  6. komen toe
o.v.t.
  1. kwam toe
  2. kwam toe
  3. kwam toe
  4. kwamen toe
  5. kwamen toe
  6. kwamen toe
v.t.t.
  1. heb toegekomen
  2. hebt toegekomen
  3. heeft toegekomen
  4. hebben toegekomen
  5. hebben toegekomen
  6. hebben toegekomen
v.v.t.
  1. had toegekomen
  2. had toegekomen
  3. had toegekomen
  4. hadden toegekomen
  5. hadden toegekomen
  6. hadden toegekomen
o.t.t.t.
  1. zal toekomen
  2. zult toekomen
  3. zal toekomen
  4. zullen toekomen
  5. zullen toekomen
  6. zullen toekomen
o.v.t.t.
  1. zou toekomen
  2. zou toekomen
  3. zou toekomen
  4. zouden toekomen
  5. zouden toekomen
  6. zouden toekomen
en verder
  1. ben toegekomen
  2. bent toegekomen
  3. is toegekomen
  4. zijn toegekomen
  5. zijn toegekomen
  6. zijn toegekomen
diversen
  1. kom toe!
  2. komt toe!
  3. toegekomen
  4. toekomend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor toekomen:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mériter toekomen; toekomen aan; verdiend hebben
revenir ten deel vallen; toekomen; toekomen aan; toevallen; verdiend hebben keren; omkeren; retourneren; spoken; teruggaan; terugkeren; terugkomen; terugreizen; terugrijden; terugspoelen; terugstromen; terugvloeien; wederkeren; weerkeren
être digne de toekomen; toekomen aan; verdiend hebben