Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. aangedikt:
  2. aandikken:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor aangedikt (Nederlands) in het Frans

aangedikt:

aangedikt bijvoeglijk naamwoord

  1. aangedikt
    exagéré; gonflé

Vertaal Matrix voor aangedikt:

BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
exagéré aangedikt aanstellerig; buitengewoon; buitenissig; buitensporig; extravagant; hyperbolisch; opgeschroefd; overdadig; overdreven; overdrijvend; overmatig; theatraal
gonflé aangedikt bol; bolstaand; gezwollen; opgeblazen; opgebold; opgepompt; opgezet; opgezwollen; pafferig; uitpuilend

aandikken:

aandikken werkwoord (dik aan, dikt aan, dikte aan, dikten aan, aangedikt)

  1. aandikken (iets overdreven voorstellen; overdrijven; opkloppen; opblazen)
    exagérer; renforcer; grossir
    • exagérer werkwoord (exagère, exagères, exagérons, exagérez, )
    • renforcer werkwoord (renforce, renforces, renforçons, renforcez, )
    • grossir werkwoord (grossis, grossit, grossissons, grossissez, )
  2. aandikken (overdreven voorstellen; overdrijven; opkloppen; opblazen; opschroeven)
    exagérer; souligner; charger; enfler; grossir; renforcer; outrer
    • exagérer werkwoord (exagère, exagères, exagérons, exagérez, )
    • souligner werkwoord (souligne, soulignes, soulignons, soulignez, )
    • charger werkwoord (charge, charges, chargeons, chargez, )
    • enfler werkwoord (enfle, enfles, enflons, enflez, )
    • grossir werkwoord (grossis, grossit, grossissons, grossissez, )
    • renforcer werkwoord (renforce, renforces, renforçons, renforcez, )
    • outrer werkwoord

Conjugations for aandikken:

o.t.t.
  1. dik aan
  2. dikt aan
  3. dikt aan
  4. dikten aan
  5. dikten aan
  6. dikten aan
o.v.t.
  1. dikte aan
  2. dikte aan
  3. dikte aan
  4. dikten aan
  5. dikten aan
  6. dikten aan
v.t.t.
  1. heb aangedikt
  2. hebt aangedikt
  3. heeft aangedikt
  4. hebben aangedikt
  5. hebben aangedikt
  6. hebben aangedikt
v.v.t.
  1. had aangedikt
  2. had aangedikt
  3. had aangedikt
  4. hadden aangedikt
  5. hadden aangedikt
  6. hadden aangedikt
o.t.t.t.
  1. zal aandikken
  2. zult aandikken
  3. zal aandikken
  4. zullen aandikken
  5. zullen aandikken
  6. zullen aandikken
o.v.t.t.
  1. zou aandikken
  2. zou aandikken
  3. zou aandikken
  4. zouden aandikken
  5. zouden aandikken
  6. zouden aandikken
diversen
  1. dik aan!
  2. dikt aan!
  3. aangedikt
  4. aandikkende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor aandikken:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
charger aandikken; opblazen; opkloppen; opschroeven; overdreven voorstellen; overdrijven aanklagen; aantijgen; beladen; belasten; beschuldigen; betichten; bevelen; bevrachten; bezwaren; commanderen; decreteren; farceren; gebieden; gelasten; geweer laden; gewicht toevoegen; incrimineren; inladen; insinueren; laden; op iets laden; opdragen; opladen; opladen elektriciteit; opnieuw laden; opvullen; ten laste leggen; verdacht maken; verdenken; verladen; verordenen; verzwaren; vullen; zwaarder maken
enfler aandikken; opblazen; opkloppen; opschroeven; overdreven voorstellen; overdrijven bollen; expanderen; laten exploderen; opblazen; opbollen; openen; opzwellen; uitbouwen; uitbreiden; uitdijen; uitzwellen; verbreiden; vermeerderen; verruimen; verwijden; zwellen
exagérer aandikken; iets overdreven voorstellen; opblazen; opkloppen; opschroeven; overdreven voorstellen; overdrijven grootspreken; opscheppen
grossir aandikken; iets overdreven voorstellen; opblazen; opkloppen; opschroeven; overdreven voorstellen; overdrijven aangroeien; aanwassen; aanwinnen; aanzwellen; bollen; de hoogte ingaan; dik worden; dikker worden; expanderen; geconcentreerder worden; gedijen; groeien; groter worden; laten exploderen; omhoog komen; omhoog rijzen; omhooggaan; omhoogstijgen; opblazen; opbollen; openen; opzetten; opzwellen; rijzen; stijgen; stollen; talrijker maken; toenemen; uitbouwen; uitbreiden; uitdijen; uitzwellen; verbreiden; verdikken; vergroten; vermeerderen; verruimen; verwijden; zwellen
outrer aandikken; opblazen; opkloppen; opschroeven; overdreven voorstellen; overdrijven
renforcer aandikken; iets overdreven voorstellen; opblazen; opkloppen; opschroeven; overdreven voorstellen; overdrijven aanhalen; aanscherpen; bevestigen; bezwaren; consolideren; ergens aan bevestigen; gewicht toevoegen; intensiveren; sterken; sterker maken; sterker worden; toespitsen; vastmaken; vastzetten; verhevigen; verscherpen; versterken; verstevigen; verzwaren; zwaarder maken
souligner aandikken; opblazen; opkloppen; opschroeven; overdreven voorstellen; overdrijven accentueren; beklemtonen; benadrukken; betonen; onderstrepen