Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. bevoegd zijn:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor bevoegd zijn (Nederlands) in het Frans

bevoegd zijn:

bevoegd zijn [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. bevoegd zijn (bevoegdheid)
    l'autorité; la puissance; le pouvoir; la compétence; l'empire; l'aptitude; l'autorités; le pouvoirs

Vertaal Matrix voor bevoegd zijn:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aptitude bevoegd zijn; bevoegdheid behendigheid; bekwaamheid; bevoegdheid; capabelheid; capaciteit; competentie; gelegenheid; geschiktheid; handigheid; kans; kneep; kunde; kundigheid; kunst; kunstgreep; kunstje; kwaliteit; mogelijkheid; ter zake kundigheid; toer; truc
autorité bevoegd zijn; bevoegdheid autoriteit; autoriteiten; bewind; deskundige; expert; gezag; gezaghebber; gezaghebbers; gezagsdrager; gezagsorgaan; gouvernement; heerschappij; instantie; kabinet; macht; openbaar gezag; overheid; regering; regeringsstelsel; regime; rijksbestuur; specialist; staatsbestel; vakkundige; voogdij; zeggenschap
autorités bevoegd zijn; bevoegdheid autoriteit; autoriteiten; gezag; gezaghebbenden; gezaghebbers; gezagsorgaan; hogerhand; instantie; land; natie; openbaar gezag; overheid; rijk; rijksbestuur; staat
compétence bevoegd zijn; bevoegdheid bekwaamheid; bevoegdheid; capabelheid; capaciteit; competentie; deskundigheid; handigheid; kennis van zaken; kneep; kunde; kundigheid; kunst; kwaliteit; mate van kunstbeheersing; techniek; ter zake kundigheid; toer; truc; vakkundigheid
empire bevoegd zijn; bevoegdheid autoriteiten; imperium; keizerrijk; land; natie; openbaar gezag; overheid; rijk; rijksbestuur; staat
pouvoir bevoegd zijn; bevoegdheid autoriteit; autoriteiten; gezag; gezaghebbers; heerschappij; kracht; licentie; macht; mandaat; procuratie; vergunning; vermogen; volmacht; voogdij; zeggenschap
pouvoirs bevoegd zijn; bevoegdheid autoriteit; gezagsorgaan; instantie; kracht; krachten; macht; machten; vermogen
puissance bevoegd zijn; bevoegdheid autoriteit; gezag; gezagsorgaan; heerschappij; instantie; invloed; kracht; macht; mogendheden; mogendheid; sterkte; vermogen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
pouvoir iets mogen; in staat zijn; kunnen; mogen; vermogen

Verwante vertalingen van bevoegd zijn