Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. kim:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kim (Nederlands) in het Frans

kim:

kim [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de kim (einder; horizon; gezichtseinder)
    l'horizon; la rive; la sonnerie; la cloche; le bord; le timbre; la sonnette; la clochette
    • horizon [le ~] zelfstandig naamwoord
    • rive [la ~] zelfstandig naamwoord
    • sonnerie [la ~] zelfstandig naamwoord
    • cloche [la ~] zelfstandig naamwoord
    • bord [le ~] zelfstandig naamwoord
    • timbre [le ~] zelfstandig naamwoord
    • sonnette [la ~] zelfstandig naamwoord
    • clochette [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor kim:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bord einder; gezichtseinder; horizon; kim boordsel; flank; galon; kant; omzoming; oplegsel; passement; rand; richel; rivierkant; rivieroever; zijde; zijde van een schip; zijkant
cloche einder; gezichtseinder; horizon; kim bel; boerenhuis; deksel; dom gansje; dom wicht; domme gans; domme koe; dop; flierefluiter; geitenbreier; kaasstolp; klok; klokje; klooi; lammeling; lamzak; lanterfant; lanterfanter; lapzwans; leeghoofdje; leegloper; lijntrekker; luidklok; nietsnut; pendule; polshorloge; schel; slampamper; slapkous; stolp; stolphuis; stulpkooi; sufferdje; torenklok; uurwerk; zakhorloge; zakuurwerk
clochette einder; gezichtseinder; horizon; kim bel; klein klokje; kleine klok; klokje; polshorloge; schel; tikkend uurwerk; tikker; tikkertje; zakhorloge; zakuurwerk
horizon einder; gezichtseinder; horizon; kim
rive einder; gezichtseinder; horizon; kim flank; oever; rivierkant; rivieroever; rivierzoom; wal; waterkant; zijde; zijde van een schip; zijkant
sonnerie einder; gezichtseinder; horizon; kim bel; bellen; belsignaal; beltoon; carillon; gebeier; gelui; gerinkel; klokgelui; klokje; klokkenspel; klokslag; opbellen; overgaan; polshorloge; schel; trompetsignaal; wekker; wektoestel; zakhorloge; zakuurwerk
sonnette einder; gezichtseinder; horizon; kim bel; beller; carillonspeler; deurbel; handbel; heiblok; heimachine; heistelling; huisbel; klokje; luider; polshorloge; schel; zakhorloge; zakuurwerk
timbre einder; gezichtseinder; horizon; kim inktstempel; intonatie; klank; klankgeluid; klankkleur; klanktint; plakzegel; spaarzegel; stemgeluid; stempel; timbre; toon; toonkleur; zegel

Verwante woorden van "kim":

  • kimmen

Wiktionary: kim

kim
noun
  1. horizon