Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. pols:
  2. polsen:
  3. pol:

Remove Ads

Nederlands

Uitgebreide vertaling voor pols (Nederlands) in het Frans

pols:

pols [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de pols
    le poignet; le pouls
    • poignet [le ~] zelfstandig naamwoord
    • pouls [le ~] zelfstandig naamwoord

Translation Matrix for pols:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenOther Translations
poignet pols
pouls pols hartklop; hartslag; polsslag

Verwante woorden van "pols":


Verwante definities voor "pols":

  1. gewricht tussen hand en onderarm1
    • je moet je pols rechthouden als je schrijft1
  2. het kloppen van het bloed1
    • de verpleegster voelt mijn pols1

pols vorm van polsen:

polsen werkwoord (pols, polst, polste, polsten, gepolst)

  1. polsen
    sonder; tâter
    • sonder werkwoord (sonde, sondes, sondons, sondez, )
    • tâter werkwoord (tâte, tâtes, tâtons, tâtez, )

Conjugations for polsen:

o.t.t.
  1. pols
  2. polst
  3. polst
  4. polsen
  5. polsen
  6. polsen
o.v.t.
  1. polste
  2. polste
  3. polste
  4. polsten
  5. polsten
  6. polsten
v.t.t.
  1. heb gepolst
  2. hebt gepolst
  3. heeft gepolst
  4. hebben gepolst
  5. hebben gepolst
  6. hebben gepolst
v.v.t.
  1. had gepolst
  2. had gepolst
  3. had gepolst
  4. hadden gepolst
  5. hadden gepolst
  6. hadden gepolst
o.t.t.t.
  1. zal polsen
  2. zult polsen
  3. zal polsen
  4. zullen polsen
  5. zullen polsen
  6. zullen polsen
o.v.t.t.
  1. zou polsen
  2. zou polsen
  3. zou polsen
  4. zouden polsen
  5. zouden polsen
  6. zouden polsen
en verder
  1. ben gepolst
  2. bent gepolst
  3. is gepolst
  4. zijn gepolst
  5. zijn gepolst
  6. zijn gepolst
diversen
  1. pols!
  2. polst!
  3. gepolst
  4. polsend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for polsen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenOther Translations
tâter aftasten; afvoelen; tasten; voelen
WerkwoordVerwante vertalingenOther Translations
sonder polsen aftasten; bekloppen; bevoelen; diepte bepalen; diepte loden; doorzoeken; met sonde onderzoeken; meten; opmeten; peilen; poolshoogte nemen; sonderen; tegen kloppen; uitvorsen
tâter polsen betasten; bevoelen; voelen

Verwante woorden van "polsen":


pols vorm van pol:

pol [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de pol
    la touffe; le bouquet
    • touffe [la ~] zelfstandig naamwoord
    • bouquet [le ~] zelfstandig naamwoord

Translation Matrix for pol:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenOther Translations
bouquet pol aroma; bloemetje; bloemstuk; boeket; bos bloemen; bouquet; geur; geurtje; lucht; reuk; ruiker; tuil; tuiltje
touffe pol dotje; knot; knotje haar; vlok

Verwante woorden van "pol":

  • pollen, polen, pols



Remove Ads




Remove Ads