Remove Ads

Nederlands

Uitgebreide vertaling voor praktijk (Nederlands) in het Frans

praktijk:

praktijk [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de praktijk (routine; ervaring)
    l'expérience; la pratique; le savoir-faire; l'entraînement; l'étude; la routine; la formation; l'exercice
  2. de praktijk (artsenpraktijk)
    le cabinet de médecin; la pratique; l'entraînement; la formation; l'étude; l'exercice

Verwante woorden van "praktijk":

  • praktijken

Verwante definities voor "praktijk":

  1. het doen, het uitoefenen1
    • het idee is mooi, maar werkt het ook in de praktijk?1
  2. nare manier van doen1
    • ik ben niet gediend van die praktijken1
  3. werkkring van dokter of advocaat1
    • de dokter heeft een nieuwe praktijk geopend1

Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van praktijk



Remove Ads

Remove Ads