Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. somma:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor somma (Nederlands) in het Frans

somma:

somma [de ~] zelfstandig naamwoord

  1. de somma
    le montant; la somme
    • montant [le ~] zelfstandig naamwoord
    • somme [la ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor somma:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
montant somma bedrag; geldsom; totaal bedrag
somme somma aantal; bedrag; doezelen; dommelen; dutten; gedoezel; gedommel; gedut; gesoes; hoeveelheid; kwantiteit; middagdutje; middagslaapje; optelling; optelsom; samentelling; samenvoeging; siësta; soezen; som
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
montant bergopwaarts; bovenwaarts; klimmend; naar boven; naar boven toe; naar hogere verdieping; omhoog; omhooggaand; op; oplopend; opstijgend; rijzend; stijgend; toenemend; verheffend

Wiktionary: somma

somma