Nederlands
Uitgebreide vertaling voor streven (Nederlands) in het Frans
streven:
-
het streven (doeleinde; doel; inzet)
l'objectif; le but; le dévouement; l'intention; la tentative; la destination; l'enjeu; l'effort; la cible; l'application; la mise à prix; le dessein; la mise; la consécration -
het streven (ambitie; aspiratie)
-
het streven (beogen; pogen; ambitie; aspiratie; azen; aansturen op; doel; intentie; trachten; streven naar)
-
streven (streven naar; mikken op)
ambitionner; aspirer à; viser; viser à-
ambitionner werkwoord
-
aspirer à werkwoord
-
viser werkwoord
-
viser à werkwoord
-
-
streven (ijveren)
ambitionner; aspirer à; viser à; viser; s'efforcer-
ambitionner werkwoord
-
aspirer à werkwoord
-
viser à werkwoord
-
viser werkwoord
-
s'efforcer werkwoord
-
Conjugations for streven:
o.t.t.
- streef
- streeft
- streeft
- streven
- streven
- streven
o.v.t.
- streefte
- streefte
- streefte
- streeften
- streeften
- streeften
v.t.t.
- heb gestreefd
- hebt gestreefd
- heeft gestreefd
- hebben gestreefd
- hebben gestreefd
- hebben gestreefd
v.v.t.
- had gestreefd
- had gestreefd
- had gestreefd
- hadden gestreefd
- hadden gestreefd
- hadden gestreefd
o.t.t.t.
- zal streven
- zult streven
- zal streven
- zullen streven
- zullen streven
- zullen streven
o.v.t.t.
- zou streven
- zou streven
- zou streven
- zouden streven
- zouden streven
- zouden streven
en verder
- ben gestreefd
- bent gestreefd
- is gestreefd
- zijn gestreefd
- zijn gestreefd
- zijn gestreefd
diversen
- streef!
- streeft!
- gestreefd
- strevend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Verwante definities voor "streven":
Computer vertaling door derden:
Images: