Overzicht
Nederlands naar Frans:   Meer gegevens...
  1. teerheid:
  2. teer:
  3. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor teerheid (Nederlands) in het Frans

teerheid:

teerheid [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de teerheid (broosheid; zwakheid)
    la faiblesse; la fragilité; la précarité
  2. de teerheid (zwakheid)
    la faiblesse; la fragilité; la sensibilité; l'impuissance

Vertaal Matrix voor teerheid:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
faiblesse broosheid; teerheid; zwakheid flauwte; futloosheid; gebrek; geen kracht hebben; gevoeligheid; impotentie; katzwijm; krachteloosheid; kwetsbaarheid; laksheid; loomheid; machteloosheid; manco; matheid; onmacht; onvermogen; slapheid; slapte; sulligheid; weekheid; weekte; weerloosheid; zachtheid; zwak punt; zwakheid; zwakte; zwijm
fragilité broosheid; teerheid; zwakheid breekbaarheid; brokkeligheid; broosheid; brosheid
impuissance teerheid; zwakheid gebrek; geen kracht hebben; impotentie; insolventie; krachteloosheid; machteloosheid; manco; onmacht; onvermogen; slapte; weerloosheid; zwakheid
précarité broosheid; teerheid; zwakheid brokkeligheid; brosheid; hulpbehoevendheid; nood
sensibilité teerheid; zwakheid aandoenlijkheid; gebrek; gevoel; gevoeligheid; kwetsbaarheid; lichamelijkheid; manco; ontvankelijkheid; openheid; sensitiviteit; sentiment; vatbaarheid; vleselijkheid; zintuiglijke gevoeligheid; zwakheid; zwakte

Verwante woorden van "teerheid":


Wiktionary: teerheid

teerheid
noun
  1. Qualité de ce qui est tendre.

teer:

teer [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de teer (pek)
    la poix; le brai
    • poix [la ~] zelfstandig naamwoord
    • brai [le ~] zelfstandig naamwoord

teer bijvoeglijk naamwoord

  1. teer (kwetsbaar; zwak; breekbaar; fragiel; broos)
    vulnérable; fragile; faible; délicat; frêle; cassable; fragilement; friable; cassant
  2. teer (delicaat; kwetsbaar; teder; )
    fragile; tendre; délicat; frêle; tendrement
  3. teer (kwetsbaar)
    fragile; délicat

Vertaal Matrix voor teer:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
brai pek; teer
faible zwakkeling
poix pek; teer
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
tendre aangeven; aanreiken; geven; oprekken; opspannen; reiken; rekken; spannen; strak maken
Bijvoeglijk NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
- zwak
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
cassable breekbaar; broos; fragiel; kwetsbaar; teer; zwak gammel; krakkemikkig; slap; wankel; zwak
cassant breekbaar; broos; fragiel; kwetsbaar; teer; zwak bits; bros; gammel; kattig; krakkemikkig; onvriendelijk; pinnig; snauwerig; snibbig; spinnig; vinnig; wankel; zwak
délicat breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; iel; kwetsbaar; teder; teer; tenger; zwak bedenkelijk; benard; benauwd; betwist; delicaat; dubieus; elegant; ernstig; fijn; fijn van smaak; fijnbesnaard; fijngevoelig; fijntjes; fijnzinnig; gracieus; hachelijk; heel mooi; heerlijk; hemels; kieskeurig; kostelijk; kritiek; kwestieus; lastig; lekker; mager; met veel moeilijkheden gepaard gaan; moeilijk; netelig; niet makkelijk; omstreden; ongemakkelijk; overheerlijk; penibel; precair; problematisch; reuzelekker; sierlijk; slap; smakelijk; spichtig; sprieterig; subtiel; teerbesnaard; teergevoelig; tenger; twijfelachtig; uitgelezen; verdacht; verfijnd; verrukkelijk; zalig; zorgelijk; zorgwekkend; zwaar; zwak
faible breekbaar; broos; fragiel; kwetsbaar; teer; zwak arm; bleekjes; dood; energieloos; futloos; geesteloos; inferieur; krachteloos; lamlendig; landerig; levenloos; lusteloos; machteloos; mat; minderwaardig; niet bezield; onbezield; ondermaats; ondeugdelijk; onmachtig; pips; schemerig; schimmig; slap; slapjes; slecht; tweederangs; wee; ziekelijk; zwak
fragile breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; iel; kwetsbaar; teder; teer; tenger; zwak bleekjes; dun; fijn; fijngebouwd; mager; onsolide; pips; rank; slank; slap; slapjes; spichtig; sprieterig; tenger; wee; ziekelijk; zwak
fragilement breekbaar; broos; fragiel; kwetsbaar; teer; zwak bleekjes; pips; slap; slapjes; wee; ziekelijk; zwak
friable breekbaar; broos; fragiel; kwetsbaar; teer; zwak brokkelig; bros; kruimelend; kruimelig; kruimig
frêle breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; iel; kwetsbaar; teder; teer; tenger; zwak armzalig; bleekjes; dun; fijn; fijngebouwd; karig; mager; pips; pover; rank; schamel; schraal; slank; slap; slapjes; spichtig; sprieterig; tenger; wee; ziekelijk; zwak
tendre breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; iel; kwetsbaar; teder; teer; tenger; zwak clement; diep; dun; fijn; fijngebouwd; fijngevoelig; fijnzinnig; genadig; gevoelig; gevoelvol; goedhartig; innig; intens; lichtgebouwd; liefderijk; liefdevol; liefhebbend; mak; mild; rank; sentimenteel; slank; teerbesnaard; teergevoelig; teerhartig; tenger; vergevingsgezind; verzoenend; weekhartig; welwillend; zacht; zacht aanvoelend; zachtaardig
tendrement breekbaar; broos; delicaat; fijn; fijngevoelig; fragiel; frèle; iel; kwetsbaar; teder; teer; tenger; zwak diep; innig; intens; liefhebbend
vulnérable breekbaar; broos; fragiel; kwetsbaar; teer; zwak hulpeloos; slap; weerloos; zwak

Verwante woorden van "teer":


Synoniemen voor "teer":


Antoniemen van "teer":


Verwante definities voor "teer":

  1. breekbaar, snel stuk of ziek1
    • zij heeft een tere gezondheid1
  2. waar je moeilijk over kunt praten omdat het gevoelig ligt1
    • dat is een teer onderwerp1

Wiktionary: teer

teer
noun
  1. een olieachtige vloeistof met een zeer hoge viscositeit
adjective
  1. broos, breekbaar
teer
adjective
  1. Qui est d’une très grande finesse, très délié.
noun
  1. (term, Histoire des techniques) résine noirâtre pour calfater les navires.

Cross Translation:
FromToVia
teer goudron Teer — braunschwarze, dicke, fette, klumpige, hässlich schwarze, ölig-klebrige Flüssigkeit von scharfem Geruch, entsteht durch trockenes Erhitzen organischer Stoffe (z.B. Kohle) unter Luftabschluss
teer goudron tar — substance
teer goudron tar — byproduct of tobacco smoke