Remove Ads

Nederlands

Uitgebreide vertaling voor trachten (Nederlands) in het Frans

trachten:

trachten werkwoord (tracht, trachtte, trachtten, getracht)

  1. trachten (pogen; proberen)
    essayer; tenter; essayer de; tâcher; chercher à; s'efforcer

Conjugations for trachten:

o.t.t.
  1. tracht
  2. tracht
  3. tracht
  4. trachten
  5. trachten
  6. trachten
o.v.t.
  1. trachtte
  2. trachtte
  3. trachtte
  4. trachtten
  5. trachtten
  6. trachtten
v.t.t.
  1. heb getracht
  2. hebt getracht
  3. heeft getracht
  4. hebben getracht
  5. hebben getracht
  6. hebben getracht
v.v.t.
  1. had getracht
  2. had getracht
  3. had getracht
  4. hadden getracht
  5. hadden getracht
  6. hadden getracht
o.t.t.t.
  1. zal trachten
  2. zult trachten
  3. zal trachten
  4. zullen trachten
  5. zullen trachten
  6. zullen trachten
o.v.t.t.
  1. zou trachten
  2. zou trachten
  3. zou trachten
  4. zouden trachten
  5. zouden trachten
  6. zouden trachten
en verder
  1. ben getracht
  2. bent getracht
  3. is getracht
  4. zijn getracht
  5. zijn getracht
  6. zijn getracht
diversen
  1. tracht!
  2. trachtt!
  3. getracht
  4. trachtend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

trachten [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. trachten (proberen)
    la tentative; l'effort; l'essai
    • tentative [la ~] zelfstandig naamwoord
    • effort [le ~] zelfstandig naamwoord
    • essai [le ~] zelfstandig naamwoord
  2. trachten (beogen; streven; pogen; )
    l'intention; l'aspiration; le but; l'ambition; le ce que l'on vise

Synoniemen voor "trachten":


Verwante definities voor "trachten":

  1. er je best voor doen1
    • ik tracht te komen, maar ik weet niet of het lukt1

Computer vertaling door derden:
Images:

Verwante vertalingen van trachten



Remove Ads

Remove Ads