Overzicht
Nederlands Synoniemen:   Meer gegevens...
  1. geslacht:
  2. slachten:


Nederlands

Uitgebreide synoniemen voor geslacht in het Nederlands

geslacht:

geslacht [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het geslacht
    het geslacht; de sekse; het genus; de kunne
    • geslacht [het ~] zelfstandig naamwoord
    • sekse [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • genus [het ~] zelfstandig naamwoord
    • kunne [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. het geslacht
    het geslacht; het stamhuis; de familie
    • geslacht [het ~] zelfstandig naamwoord
    • stamhuis [het ~] zelfstandig naamwoord
    • familie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  3. het geslacht
    de dynastie; het geslacht
    • dynastie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • geslacht [het ~] zelfstandig naamwoord
  4. het geslacht
    – alle bloedverwanten samen: vader, moeder, etc. 1
    de familie; het geslacht
    – alle bloedverwanten samen: vader, moeder, etc. 1
    • familie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
      • wij vormen een hechte familie1
    • geslacht [het ~] zelfstandig naamwoord
      • hij stamt uit een oud en voornaam geslacht1
  5. het geslacht
    – orgaan dat nodig is voor de voortplanting 1
    het geslacht
    – orgaan dat nodig is voor de voortplanting 1
    • geslacht [het ~] zelfstandig naamwoord
      • zijn geslacht kreeg ik niet te zien1
  6. het geslacht
    – mannelijke of vrouwelijke soort 1
    het geslacht
    – mannelijke of vrouwelijke soort 1
    • geslacht [het ~] zelfstandig naamwoord
      • de koe is een dier van het vrouwelijke geslacht1

Alternatieve synoniemen voor "geslacht":


Verwante definities voor "geslacht":

  1. alle bloedverwanten samen: vader, moeder, etc.1
    • hij stamt uit een oud en voornaam geslacht1
  2. orgaan dat nodig is voor de voortplanting1
    • zijn geslacht kreeg ik niet te zien1
  3. mannelijke of vrouwelijke soort1
    • de koe is een dier van het vrouwelijke geslacht1

geslacht vorm van slachten:

slachten werkwoord (slacht, slachtte, slachtten, geslacht)

  1. slachten
    slachten
    • slachten werkwoord (slacht, slachtte, slachtten, geslacht)

Conjugations for slachten:

o.t.t.
  1. slacht
  2. slacht
  3. slacht
  4. slachten
  5. slachten
  6. slachten
o.v.t.
  1. slachtte
  2. slachtte
  3. slachtte
  4. slachtten
  5. slachtten
  6. slachtten
v.t.t.
  1. heb geslacht
  2. hebt geslacht
  3. heeft geslacht
  4. hebben geslacht
  5. hebben geslacht
  6. hebben geslacht
v.v.t.
  1. had geslacht
  2. had geslacht
  3. had geslacht
  4. hadden geslacht
  5. hadden geslacht
  6. hadden geslacht
o.t.t.t.
  1. zal slachten
  2. zult slachten
  3. zal slachten
  4. zullen slachten
  5. zullen slachten
  6. zullen slachten
o.v.t.t.
  1. zou slachten
  2. zou slachten
  3. zou slachten
  4. zouden slachten
  5. zouden slachten
  6. zouden slachten
en verder
  1. ben geslacht
  2. bent geslacht
  3. is geslacht
  4. zijn geslacht
  5. zijn geslacht
  6. zijn geslacht
diversen
  1. slacht!
  2. slachtt!
  3. geslacht
  4. slachtend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Verwante woorden van "slachten":


Verwante synoniemen voor geslacht



comments powered by Disqus