Nederlands

Uitgebreide vertaling voor rad (Nederlands) in het Zweeds

rad:

rad [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het rad (wagenwiel; wiel)
    vagnshjul
  2. het rad (molenrad; scheprad; waterrad)
    kvarn
    • kvarn [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor rad:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kvarn molenrad; rad; scheprad; waterrad molen
vagnshjul rad; wagenwiel; wiel

Verwante woorden van "rad":

  • radje

Verwante definities voor "rad":

  1. wiel dat om een as draait1
    • hij draaide het rad nog eens rond1
  2. wiel met tanden, onderdeel van machine1
    • de raderen van het uurwerk zijn versleten1

Wiktionary: rad


Cross Translation:
FromToVia
rad hjul roueobjet de forme circulaire, destiné à tourner autour d'un axe et permettant à un véhicule de rouler.



Zweeds

Uitgebreide vertaling voor rad (Zweeds) in het Nederlands

rad:

rad [-en] zelfstandig naamwoord

  1. rad (kedja; följd; sekvens)
    de aaneenschakeling; de keten; de reeks; de serie; de rij
    • aaneenschakeling [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • keten [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • reeks [de ~] zelfstandig naamwoord
    • serie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • rij [de ~] zelfstandig naamwoord
  2. rad (följd; serie; ordning)
    de opeenvolging; de aaneenschakeling
  3. rad
    de reeks; de serie; de cyclus
    • reeks [de ~] zelfstandig naamwoord
    • serie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • cyclus [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  4. rad
    het rijtje
    • rijtje [het ~] zelfstandig naamwoord
  5. rad
    de regel
    • regel [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  6. rad
    de rij
    • rij [de ~] zelfstandig naamwoord
  7. rad (serier)
    de series; de reeksen
    • series [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
    • reeksen [de ~] zelfstandig naamwoord, mv.
  8. rad (fil)
    de rij; de colonne; de file
    • rij [de ~] zelfstandig naamwoord
    • colonne [de ~] zelfstandig naamwoord
    • file [de ~] zelfstandig naamwoord
  9. rad (räcka; led)
    het gelid; de rij
    • gelid [het ~] zelfstandig naamwoord
    • rij [de ~] zelfstandig naamwoord
  10. rad (följd; serie)
    de opeenvolgingen; de aaneenschakelingen; de reeksen
  11. rad (led; länga)
    rij manschappen; het gelid
  12. rad (ordningsföljd; serie)
    de opvolging; de successie
  13. rad (ordningsföljd; serie)
    het vervolgdeel
  14. rad (linje)
    het roeitochtje

Vertaal Matrix voor rad:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aaneenschakeling följd; kedja; ordning; rad; sekvens; serie följd; kedja; räcka; sekvens; serie; sträng
aaneenschakelingen följd; rad; serie
colonne fil; rad
cyclus rad cyclus; cykel; cykliskt förlopp; förföljning; kretslopp
file fil; rad dossié; file; trafikstockning
gelid led; länga; rad; räcka gradera
keten följd; kedja; rad; sekvens affärskedja; följd; halsband; kedja; mera affärer; räcka; serie; skjul
opeenvolging följd; ordning; rad; serie
opeenvolgingen följd; rad; serie
opvolging ordningsföljd; rad; serie
reeks följd; kedja; rad; sekvens cyclus; följd; förföljning; kedja; räcka; sekvens; serie; sträng
reeksen följd; rad; serie; serier
regel rad filter; föreskrift; linje; ordination; preskription; recept; regel; stadgande; åläggande
rij fil; följd; kedja; led; rad; räcka; sekvens följd; räcka; serie
rij manschappen led; länga; rad
rijtje rad
roeitochtje linje; rad
serie följd; kedja; rad; sekvens cyclus; familj; följd; förföljning; kedja; räcka; sekvens; serie; sträng
series rad; serier
successie ordningsföljd; rad; serie
vervolgdeel ordningsföljd; rad; serie

Synoniemen voor "rad":


Wiktionary: rad


Cross Translation:
FromToVia
rad regel; lijn line — single horizontal row of text on a screen, printed paper, etc.
rad rij row — line of objects
rad rij row — in a table
rad beurt; file; rij; gelid; reeks; toerbeurt rangée — Traductions à trier suivant le sens

råd:

råd [-ett] zelfstandig naamwoord

  1. råd (rådgivning; rådslag)
    het advies; de raad; de raadgeving
    • advies [het ~] zelfstandig naamwoord
    • raad [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • raadgeving [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
  2. råd (rekommendation; anbefallning)
    de aanbeveling; de recommandatie; de referentie; de aanprijzing
  3. råd (förmaning; varning; tillrättavisning)
    de waarschuwing; de vermaning

Vertaal Matrix voor råd:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanbeveling anbefallning; rekommendation; råd rekommendation
aanprijzing anbefallning; rekommendation; råd
advies råd; rådgivning; rådslag yttrande
raad råd; rådgivning; rådslag rådgivande församling
raadgeving råd; rådgivning; rådslag
recommandatie anbefallning; rekommendation; råd
referentie anbefallning; rekommendation; råd hänsyn; hänvisande; hänvisning; referens; åberopande
vermaning förmaning; råd; tillrättavisning; varning
waarschuwing förmaning; råd; tillrättavisning; varning avisering; varning

Synoniemen voor "råd":


Wiktionary: råd


Cross Translation:
FromToVia
råd advies; raad advice — opinion recommended or offered, as worthy to be followed; counsel
råd raad council — committee that leads or governs
råd raadgevingen Ezzesostoberdeutsch, österreichisch, umgangssprachlich oder salopp: nützliche Hinweise, gute Ratschläge
råd mening; dunk; opinie; visie; zienswijze; advies; raadgeving avis — Ce que l’on penser et aussi ce que l’on en dit, opinion.
råd aanmaning; aansporing; vermaning; waarschuwing; vermaan; advies; raadgeving; raad conseil — Traductions à trier suivant le sens
råd aanbeveling; recommandatie; boeking; inschrijving; registratie; waarschuwing recommandationexhortation instante, conseil pressant.

räd:

räd [-en] zelfstandig naamwoord

  1. räd
    de rooftocht; de strooptocht
  2. räd (invasion; intåg)
    de invasie; de inval
    • invasie [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord
    • inval [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. räd (razzia; nedslag)
    de klopjacht; de razzia
    • klopjacht [de ~] zelfstandig naamwoord
    • razzia [de ~] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor räd:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
inval intåg; invasion; räd polisinfall
invasie intåg; invasion; räd
klopjacht nedslag; razzia; räd människojakt
razzia nedslag; razzia; räd
rooftocht räd
strooptocht räd

Synoniemen voor "räd":


Wiktionary: räd


Cross Translation:
FromToVia
räd rooftocht; plundering depredation — A raid or predatory attack
räd raid; onverwachte aanval foray — incursion

rad vorm van råda:

råda werkwoord (råder, rådde, rått)

  1. råda (vara rådande; ha överhanden)
    heersen; de overhand hebben
    • heersen werkwoord (heers, heerst, heerste, heersten, geheerst)
    • de overhand hebben werkwoord (heb de overhand, hebt de overhand, heeft de overhand, had de overhand, hadden de overhand, de overhand gehad)
  2. råda (förhärska; härska)
    heersen; heerschappij voeren
  3. råda (rekommendera; utse)
    aanbevelen; voordragen; aanraden; iemand recommanderen; nomineren
    • aanbevelen werkwoord (beveel aan, beveelt aan, beval aan, bevolen aan, aanbevolen)
    • voordragen werkwoord (draag voor, draagt voor, droeg voor, droegen voor, voorgedragen)
    • aanraden werkwoord (raad aan, raadt aan, ried aan, rieden aan, aangeraden)
    • nomineren werkwoord (nomineer, nomineert, nomineerde, nomineerden, genomineerd)
  4. råda (föreslå; rekommendera)
    adviseren; aanraden; van raad dienen
    • adviseren werkwoord (adviseer, adviseert, adviseerde, adviseerden, geadviseerd)
    • aanraden werkwoord (raad aan, raadt aan, ried aan, rieden aan, aangeraden)
    • van raad dienen werkwoord
  5. råda (dominera; förhärska; härska)
    overheersen; domineren; de overhand hebben
    • overheersen werkwoord (overheers, overheerst, overheerste, overheersten, overheerst)
    • domineren werkwoord (domineer, domineert, domineerde, domineerden, gedomineerd)
    • de overhand hebben werkwoord (heb de overhand, hebt de overhand, heeft de overhand, had de overhand, hadden de overhand, de overhand gehad)
  6. råda
    raadgeven
    • raadgeven werkwoord (geef raad, geeft raad, gaf raad, gaven raad, raad gegeven)

Conjugations for råda:

presens
  1. råder
  2. råder
  3. råder
  4. råder
  5. råder
  6. råder
imperfekt
  1. rådde
  2. rådde
  3. rådde
  4. rådde
  5. rådde
  6. rådde
framtid 1
  1. kommer att råda
  2. kommer att råda
  3. kommer att råda
  4. kommer att råda
  5. kommer att råda
  6. kommer att råda
framtid 2
  1. skall råda
  2. skall råda
  3. skall råda
  4. skall råda
  5. skall råda
  6. skall råda
conditional
  1. skulle råda
  2. skulle råda
  3. skulle råda
  4. skulle råda
  5. skulle råda
  6. skulle råda
perfekt particip
  1. har rått
  2. har rått
  3. har rått
  4. har rått
  5. har rått
  6. har rått
imperfekt particip
  1. hade rått
  2. hade rått
  3. hade rått
  4. hade rått
  5. hade rått
  6. hade rått
blandad
  1. råd!
  2. råd!
  3. rådd
  4. rådande
1. jag, 2. du/ni, 3. han/hon/den/det, 4. vi, 5. ni, 6. de

Vertaal Matrix voor råda:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
aanbevelen rekommendera; råda; utse anbefalla; anprisa; rekommendera
aanraden föreslå; rekommendera; råda; utse
adviseren föreslå; rekommendera; råda föreslå; föreställa; rekomendera
de overhand hebben dominera; förhärska; ha överhanden; härska; råda; vara rådande
domineren dominera; förhärska; härska; råda
heerschappij voeren förhärska; härska; råda
heersen förhärska; ha överhanden; härska; råda; vara rådande ge uppdrag; kommandera; sprida en sjukdom
iemand recommanderen rekommendera; råda; utse
nomineren rekommendera; råda; utse
overheersen dominera; förhärska; härska; råda bemäktiga; ge uppdrag; kommandera; vara rådande
raadgeven råda
van raad dienen föreslå; rekommendera; råda
voordragen rekommendera; råda; utse deklamera; orera; recitera

Synoniemen voor "råda":


Wiktionary: råda


Cross Translation:
FromToVia
råda raadgeven; adviseren; advies geven advise — to give advice to; to offer an opinion; to counsel; to warn
råda adviseren; raden; aanraden conseiller — Indiquer à quelqu’un ce qu’il doit faire ou ne doit pas faire. (Sens général).
råda een wenk geven; influisteren; opperen; suggereren; bepraten; overhalen; overreden; te denken geven; bezielen; inboezemen; inspireren; inademen; ophalen; inblazen inspirerfaire pénétrer artificiellement de l’air dans les poumons.

Verwante vertalingen van rad



comments powered by Disqus