Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. aanwezig zijn:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor aanwezig zijn (Nederlands) in het Zweeds

aanwezig zijn:

aanwezig zijn werkwoord (ben aanwezig, bent aanwezig, is aanwezig, was aanwezig, waren aanwezig, aanwezig geweest)

  1. aanwezig zijn (bijwonen)
    åtfölja; bevista
    • åtfölja werkwoord (åtföljer, åtföljde, åtföljt)
    • bevista werkwoord (bevistar, bevistade, bevistat)
  2. aanwezig zijn (er zijn)
    vara närvarande; vara där
    • vara närvarande werkwoord (är närvarande, var närvarande, varit närvarande)
    • vara där werkwoord (är där, var där, varit där)

Conjugations for aanwezig zijn:

o.t.t.
  1. ben aanwezig
  2. bent aanwezig
  3. is aanwezig
  4. zijn aanwezig
  5. zijn aanwezig
  6. zijn aanwezig
o.v.t.
  1. was aanwezig
  2. was aanwezig
  3. was aanwezig
  4. waren aanwezig
  5. waren aanwezig
  6. waren aanwezig
v.t.t.
  1. ben aanwezig geweest
  2. bent aanwezig geweest
  3. is aanwezig geweest
  4. zijn aanwezig geweest
  5. zijn aanwezig geweest
  6. zijn aanwezig geweest
v.v.t.
  1. was aanwezig geweest
  2. was aanwezig geweest
  3. was aanwezig geweest
  4. waren aanwezig geweest
  5. waren aanwezig geweest
  6. waren aanwezig geweest
o.t.t.t.
  1. zal aanwezig zijn
  2. zult aanwezig zijn
  3. zal aanwezig zijn
  4. zullen aanwezig zijn
  5. zullen aanwezig zijn
  6. zullen aanwezig zijn
o.v.t.t.
  1. zou aanwezig zijn
  2. zou aanwezig zijn
  3. zou aanwezig zijn
  4. zouden aanwezig zijn
  5. zouden aanwezig zijn
  6. zouden aanwezig zijn
diversen
  1. ben aanwezig!
  2. bent aanwezig!
  3. aanwezig geweest
  4. aanwezig zijnde
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Vertaal Matrix voor aanwezig zijn:

WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
bevista aanwezig zijn; bijwonen
vara där aanwezig zijn; er zijn
vara närvarande aanwezig zijn; er zijn erbij zijn; tegenwoordig zijn
åtfölja aanwezig zijn; bijwonen

Wiktionary: aanwezig zijn


Cross Translation:
FromToVia
aanwezig zijn delta; närvara attend — to be present at

Verwante vertalingen van aanwezig zijn