Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. buit:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor buit (Nederlands) in het Zweeds

buit:

buit [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord

  1. de buit (vangst)
    byte; fångst
    • byte [-ett] zelfstandig naamwoord
    • fångst [-en] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor buit:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
byte buit; vangst byte; omruil; omruiling; omwisselen; omwisseling; overstap; poet; ruil; ruiling; ruiltransactie; uitwisseling; verruiling; verwisseling
fångst buit; vangst verstrikking

Verwante woorden van "buit":


Wiktionary: buit


Cross Translation:
FromToVia
buit byte booty — plunder
buit anskaffning; inköp; köp; ackvisition; förvärv acquisitionaction d’acquérir.
buit förvärv butin — Ce que l’on prendre sur les ennemis.
buit utverkande; ernående obtention — Action d’obtenir.
buit fångst; kap proie — Traductions à trier suivant le sens