Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. issue:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor issue (Nederlands) in het Zweeds

issue:

issue [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het issue (kwestie; punt)
    fråga; ämne; angelägenhet; sak; utgang; resultat
    • fråga [-en] zelfstandig naamwoord
    • ämne [-ett] zelfstandig naamwoord
    • angelägenhet [-en] zelfstandig naamwoord
    • sak [-en] zelfstandig naamwoord
    • utgang [-en] zelfstandig naamwoord
    • resultat [-ett] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor issue:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
angelägenhet issue; kwestie; punt aangelegenheid; affaire; geval; kwestie; urgentie; zaak
fråga issue; kwestie; punt interpellatie; query; substantie; vraag
resultat issue; kwestie; punt afloop; consequentie; effect; effecten; gevolg; ontknopingen; pandbrieven; resultaat; resultante; uitkomst; uitkomsten; uitvloeisel; voortvloeisel; winsten
sak issue; kwestie; punt aangelegenheid; affaire; geval; kwestie; oorzaak; substantie; zaak
utgang issue; kwestie; punt
ämne issue; kwestie; punt onderdaan; onderwerp; onderwerpen; thema; thema's
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
fråga afvragen; bidden; navragen; onderzoeken; smeken; speuren; verwonderen; verzoeken; vorsen; vraag stellen; vragen

Verwante woorden van "issue":

  • issues