Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. kwiek:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor kwiek (Nederlands) in het Zweeds

kwiek:

kwiek bijvoeglijk naamwoord

  1. kwiek (vrolijk; blijmoedig; levendig; )
    muntert; munter

Vertaal Matrix voor kwiek:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
munter opgewektheid
BijwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
munter blij; blijgeestig; blijmoedig; dartel; fideel; fleurig; geestig; jolig; kleurig; kwiek; levendig; lustig; monter; opgeruimd; opgetogen; opgewekt; uitgelaten; vrolijk; wakker; welgemoed; zonnig bengelachtig; blijmoedig; guitig; kwajongensachtig; ondeugend; opgewekt; schalkachtig; schalks; schelmachtig; schelms; snaaks; spotachtig; vrolijk
muntert blij; blijgeestig; blijmoedig; dartel; fideel; fleurig; geestig; jolig; kleurig; kwiek; levendig; lustig; monter; opgeruimd; opgetogen; opgewekt; uitgelaten; vrolijk; wakker; welgemoed; zonnig bengelachtig; blijmoedig; guitig; kwajongensachtig; ondeugend; opgetogen; opgewekt; schalkachtig; schalks; schelmachtig; schelms; snaaks; spotachtig; vrolijk

Verwante woorden van "kwiek":

  • kwieker, kwiekere, kwiekst, kwiekste, kwieke

Wiktionary: kwiek


Cross Translation:
FromToVia
kwiek kvick; snabb fast — capable of moving with great speed
kwiek verksam; livlig; ivrig; aktiv actif — Qui agir ou qui a la vertu d’agir.
kwiek amper; egg; gräll; gäll; skarp; livaktig; livlig vif — Qui est en vie.
kwiek vaksam; påpasslig vigilant — Qui veille avec attention.