Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. stoornis:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor stoornis (Nederlands) in het Zweeds

stoornis:

stoornis [de ~ (v)] zelfstandig naamwoord

  1. de stoornis (kwaal; slepende ziekte)
    sjukdom; besvär; krämpa
    • sjukdom [-en] zelfstandig naamwoord
    • besvär [-ett] zelfstandig naamwoord
    • krämpa [-en] zelfstandig naamwoord
  2. de stoornis (verstoring)
    störning; oordning

Vertaal Matrix voor stoornis:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
besvär kwaal; slepende ziekte; stoornis ergernis; hinder; hinderlijk persoon; last; lastpak; lastpost; leed; moeite; overlast; pijn; rompslomp; soesa; veel gedoe
krämpa kwaal; slepende ziekte; stoornis aandoening; kwaaltje; lichamelijke aandoening
oordning stoornis; verstoring burengerucht; ongeregeldheid; ordeloosheid; rustverstoring; slordigheid; wanorde; wanordelijkheid; zooitje
sjukdom kwaal; slepende ziekte; stoornis aandoening; lichamelijke aandoening; misselijkheid; ongemak; ongesteldheid; onpasselijkheid; ziekte
störning stoornis; verstoring binnendringing; burengerucht; burenoverlast; opstootje; ordeverstoring; rel; rustverstoring
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
krämpa stuiptrekken

Verwante woorden van "stoornis":

  • stoornissen