Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. summum:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor summum (Nederlands) in het Zweeds

summum:

summum [het ~] zelfstandig naamwoord

  1. het summum (top; piek; hoogtepunt; toppunt)
    topp; höjdpunkt

Vertaal Matrix voor summum:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
höjdpunkt hoogtepunt; piek; summum; top; toppunt climax; culminatie; culminatiepunt; hoogst bereikbare punt; hoogtepunt; hoogtijdag; orgasme; piek; top; toppunt; topuur; zenit
topp hoogtepunt; piek; summum; top; toppunt bergspits; bergtop; centrumspits; climax; hoogst haalbare; hoogste punt; hoogtepunt; kruin; piek; spits; top; topje

Wiktionary: summum


Cross Translation:
FromToVia
summum urtyp; symbol; kvintessens; inbegrepp InbegriffAssoziation, typischer Vertreter einer Gruppe