Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. vermalen:
  2. Wiktionary:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor vermalen (Nederlands) in het Zweeds

vermalen:

vermalen werkwoord (vermaal, vermaalt, vermaalde, vermaalden, vermalen)

  1. vermalen (fijnmalen; malen)
    mala
    • mala werkwoord (malar, malade, malat)

Conjugations for vermalen:

o.t.t.
  1. vermaal
  2. vermaalt
  3. vermaalt
  4. vermalen
  5. vermalen
  6. vermalen
o.v.t.
  1. vermaalde
  2. vermaalde
  3. vermaalde
  4. vermaalden
  5. vermaalden
  6. vermaalden
v.t.t.
  1. heb vermalen
  2. hebt vermalen
  3. heeft vermalen
  4. hebben vermalen
  5. hebben vermalen
  6. hebben vermalen
v.v.t.
  1. had vermalen
  2. had vermalen
  3. had vermalen
  4. hadden vermalen
  5. hadden vermalen
  6. hadden vermalen
o.t.t.t.
  1. zal vermalen
  2. zult vermalen
  3. zal vermalen
  4. zullen vermalen
  5. zullen vermalen
  6. zullen vermalen
o.v.t.t.
  1. zou vermalen
  2. zou vermalen
  3. zou vermalen
  4. zouden vermalen
  5. zouden vermalen
  6. zouden vermalen
diversen
  1. vermaal!
  2. vermaalt!
  3. vermalen
  4. vermalend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

vermalen [znw.] zelfstandig naamwoord

  1. vermalen (gemalen)
    malen
    • malen zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor vermalen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
malen gemalen; vermalen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
mala fijnmalen; malen; vermalen frezen

Wiktionary: vermalen


Cross Translation:
FromToVia
vermalen krossa; mala crush — to reduce to fine particles by pounding or grinding
vermalen mala grind — to make smaller by breaking with a device