Overzicht
Nederlands naar Zweeds:   Meer gegevens...
  1. zich van iets ontdoen:


Nederlands

Uitgebreide vertaling voor zich van iets ontdoen (Nederlands) in het Zweeds

zich van iets ontdoen:

zich van iets ontdoen werkwoord

  1. zich van iets ontdoen (ontdoen)
    slänga; disponera; fritt förfoga över; tömma ur; sälja; kasta; överlåta; undanskaffa

Vertaal Matrix voor zich van iets ontdoen:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
kasta gesmijt; gooi; handeling van gooien; worp
sälja verkopen
WerkwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
disponera ontdoen; zich van iets ontdoen
fritt förfoga över ontdoen; zich van iets ontdoen
kasta ontdoen; zich van iets ontdoen afsmijten; afwerpen; gooien; keilen; kelderen; slingeren; smijten; sodemieteren; zakken
slänga ontdoen; zich van iets ontdoen eruit werken; keilen; kelderen; rukken; smijten; sodemieteren; trekken; zakken
sälja ontdoen; zich van iets ontdoen colporteren; iets verkopen; slijten; uitventen; van de hand doen; verhandelen; verkopen
tömma ur ontdoen; zich van iets ontdoen
undanskaffa ontdoen; zich van iets ontdoen
överlåta ontdoen; zich van iets ontdoen

Verwante vertalingen van zich van iets ontdoen