Overzicht
Zweeds naar Nederlands:   Meer gegevens...
  1. våg:
  2. Wiktionary:


Zweeds

Uitgebreide vertaling voor våg (Zweeds) in het Nederlands

våg:

våg [-en] zelfstandig naamwoord

  1. våg (viktmätarinstrument)
    de weegschaal; de bascule; de balans; de waag
    • weegschaal [de ~] zelfstandig naamwoord
    • bascule [de ~] zelfstandig naamwoord
    • balans [de ~] zelfstandig naamwoord
    • waag [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  2. våg (balansvåg)
    de weegbrug; de waag
    • weegbrug [de ~] zelfstandig naamwoord
    • waag [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
  3. våg
    snelweger
  4. våg (våghus)
    de waag; weeghuis
    • waag [de ~ (m)] zelfstandig naamwoord
    • weeghuis [znw.] zelfstandig naamwoord

Vertaal Matrix voor våg:

Zelfstandig NaamwoordVerwante vertalingenAndere vertalingen
balans viktmätarinstrument; våg balans; balans uppgörelse; balansräkning; ekvilibrium; jämvikt; årsavslutning
bascule viktmätarinstrument; våg
snelweger våg
waag balansvåg; viktmätarinstrument; våg; våghus
weegbrug balansvåg; våg
weeghuis våg; våghus
weegschaal viktmätarinstrument; våg

Synoniemen voor "våg":

  • bölja

Wiktionary: våg

våg
noun
  1. een meetapparaat met twee armen (bedoeld om het verschil te kunnen meten)

Cross Translation:
FromToVia
våg weegschaal balance — scales
våg weegschaal scale — device
våg weegschaal scales — device for weighing goods for sale
våg golf wave — moving disturbance, undulation
våg golf WellePhysik: Erhebung von Wasser; Woge
våg baar; golf; gulp vague — Masse d’eau agitée

Verwante vertalingen van våg